is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ervaringen des levens niet meer doen steunen op een mogelijk vooruitzicht van een gelukkiger toekomst, en waar de grijze haren en de gebreken van den ouderdom de illusies der jeugd verdrijven.

Schopenhauer — het moet erkend worden, en of dit al dan niet geschiedde met een zekere nuance van ijdelheid, hierop zullen wij nu niet verder ingaan — beschouwde zich zelf als een genie, en hierin vinden wij de eigenlijke verklaring van zijn wonderlijke standvastigheid. Want in overeenstemming met de leer over het genie, welke hij uiteenzette, en waarnaar wij den welwillenden lezer in het verdere verloop van dit boek verwijzen, arbeidde hij niet voor zijn tijdgenooten — in de voorrede van zijn voorgenomen maar niet tot stand gekomen tweede uitgave van zijn „De Wereld als Wil" van het jaar 1833 verklaart hij dit woordelijk — Schopenhauer arbeidde voor het nageslacht, wat hij eens in zijn ouderdom op kernachtige wijze uitdrukte door deze woorden: „Het avondrood mijns levens is het morgenrood van mijn roem." En in diezelfde voornoemde voorrede: „Ik schrijf voor die enkelen, die, aan mij gelijk, hier en daar in den loop der tijden leven en denken, en slechts door hun nagelaten werken met elkander in communicatie staan."

„Dit is dan ook de reden waarom wij herhaaldelijk en steeds met dezelfde kracht van innerlijke overtuiging bij hem het verlangen zien opduiken, en hem pogingen zien aanwenden, om opnieuw zijn „troetelkindje", „De wereld als Wil en Voorstelling", in druk te doen verschijnen.

Of er een groot gedeelte van de eerste oplage naar de snippermand gewezen is geworden, of de meeste uitgevers al terugdeinzen voor een onvermijdelijk verlies van kapitaal, of hij al uit eigen beweging afstand doet van honorarium, en voor eigen rekening de kosten der uitgave op zich neemt, niets kan hem van zijn plannen weerhouden, niets kan zijn vertrouwen op het nageslacht aan het wankelen brengen.

Zoo zien wij hem, zooals hij in een lateren brief van Mei 1843 aan Brockhaus schreef, in 1840 weder beginnen „de gedachten, die hij gedurende 24 jaren opgeteekend had, met de grootste zorgvuldigheid en con amore om te werken tot een tweede deel van „De Wereld als Wil en Voorstelling," in een voor het publiek geschikten vorm en uiteenzetting."

Schopenhauer arbeidde bijna drie jaren aan dit laatste werk en wist ten slotte de firma Brockhaus te bewegen, zijn manuscript uit te geven, terwijl hij aan haar overliet hem een honorarium daarvoor te geven of niet. Na een allereerste