Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terwijl de philosophie zoo geruimen tijd en onafgebroken moest dienen als middel, eenerzijds tot openbare, en van den anderen kant tot particuliere doeleinden, heb ik, daardoor onaangetast, sedert meer dan dertig jaren mijn gedachtengang nagegaan, omdat ik het moest en niet anders kon, uit een instinktmatigen aandrang, die echter tevens ondersteund werd door het vertrouwen dat het ware wat iemand gedacht en het verborgene wat hij aan het licht gebracht heeft, toch ook door een anderen denkenden geest begrepen zal worden, hem toespreken, verheugen en troosten; tot zoo iemand spreekt men, zooals zij die aan ons gelijk zijn, tot ons gesproken hebben, en daardoor onze troost in de eenzaamheid van ons leven geworden zijn.

Nu nog een woordje aan de Philosophie-professoren! De

scherpzinnigheid, de juiste en tijne tact waarmede zij mijn philosophie reeds bij haar optreden beschouwd hebben als iets dat geheel en al vreemd is aan hun eigen opvattingen, ja zelfs iets gevaarlijks, of, om een volksuitdrukking te gebruiken, als iets dat niet in hun kraam past, alsmede de vaste en scherpzinnige politiek, krachtens welke zij de tegenover haar alleen juiste wijze van handelen uitdachten, de volmaakte eenstemmigheid waarmede zij deze toepasten en de standvastigheid waarmede zij haar getrouw zijn gebleven, heb ik sedert lang moeten bewonderen.

Deze handelwijze, welke bovendien nog aanbeveling verdient door hare bepaald gemakkelijke uitvoerbaarheid, bestaat, zooals bekend is, in het volkomen negeeren, en daardoor in het uitwerpen — volgens Goethe's kernachtige uitdrukking, wat eigenlijk beteekent het over het hoofd zien van het gewichtige en het belangrijke.

De uitwerking van dit heimelijke middel wordt nog verhoogd door het corybanten-lawaai, waarmede de geboorte der geesteskinderen van geestverwanten wederzijds gevierd wordt, waardoor het publiek gedrongen wordt naar hen op te zien en de gewichtige gezichten onder de oogen te krijgen, waarmede men elkander dienaangaande begroet.

Wie kan het doelmatige van deze handelingen miskennen? Er valt toch tegen den grondregel: „primum vivere, deinde philosophari" niets in te brengen. De heeren willen leven, en wel leven voor de philosophie; aan deze zijn zij met vrouw en kind geboeid en hebben het er, ondanks die povere e nuda vai filosofia van Petrarca, maar op gewaagd.

Nu is mijn philosophie er volstrekt niet zóó op ingericht, dat

Sluiten