is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ofschoon wij ten allen tijde de Gorgiassen en Hippiassen tamelijk wel boven op de ladder zien, en bespeuren dat het ongerijmde in den regel den scepter zwaait en het onmogelijk schijnt, dat de stem van één alleen doordringt door het koor van begoochelaars en begoochelden, blijft den echten werker toch ten allen tijde een geheel eigenaardige „in stilte zich langzaam ontwikkelende" en machtige werking bij; als door een wonder ziet men hem zich dan verheffen boven het gewoel, evenals een luchtschip, die uit de dikke luchtsferen van dezen aardkring, naar zuiverder sferen omhoog zweeft, waar het, eenmaal aangekomen zijnde, blijft staan en niemand het meer naar omlaag kan trekken."

Zonder eenig voorbehoud zullen wij alle volmondig erkennen, dat er, over het geheel genomen in deze regelen veel waars ligt opgesloten. Dat geld ook de philosophie aan banden heeft weten te leggen is een in de geschiedenis der wijsbegeerte meermalen geconstateerd feit, en dat er, evenals de cameleon de kleuren aanneemt van het voorwerp waarop hij geplaatst is, ook philosophie-professoren aangetroffen zijn geworden of nog worden, die de kleur aannemen van de katheder waarop zij zetelen om de waarheid te verkondigen, is ook niet geheel vreemd onder de zon. Maar Schopenhauer, die zoo in den breede heeft uitgeweid over egoïsme en afhankelijkheid van ongeëvenredigde motieven, heeft o. i. in deze voorrede, en op verscheidene andere plaatsen waar hij zijn gemoed lucht geeft omtrent de venaliteit der leerstoelen, te zeer het boven aangehaalde spreekwoord over het hoofd gezien, en uit het oog verloren dat waarheden, die vrij gedacht kunnen worden, niet altijd gezegd willen zijn.

Wij zullen hier niet verder doordringen in de kwestie of de toestanden aan de Duitsche Universiteiten werkelijk van dien aard waren en zulk een ernstig karakter van wispelturigheid droegen als Schopenhauer zulks voorstelt. Zijn pessimisme dat hem ook op andere plaatsen wel eens den voet heeft gelicht, kan hem ongetwijfeld ook hier tot overdreven opvattingen en uitingen verleid hebben. Wij kunnen er althans de mogelijkheid van veronderstellen; maar het doel wat hij zich hiermede voor oogen stelde, was zoo onbereikbaar; de wijze waarop hij zijn verbitterd gemoed uitstortte zoo scherp en kwetsend, de resultaten die er van te hopen en te voorzien waren zoo gering en zoo weinig duurzaam, en ten slotte, in tegenstelling hiermede, het vooruitzicht dat zijn geestarbeid van dertig jaren zich in de toekomst toch een weg, welken dan ook, zou banen