is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij, met verachting en wegwerping van alle maatschappelijke verhoudingen en toestanden, zijn pessimisme tot de verst mogelijk doorgedreven uitersten voerde, zoodat hij bijv. om practisch aan te toonen dat de dood de eigenlijke bekroning en dus het meest wenschelijk en begeerenswaardige punt des levens is, zichzelf den dood toebracht — est modus in rebus! — maar in vele opzichten had hij zijn verhoudingen tot de heerschende wijsgeerige stelsels, en tot de personen, die hen aan de Universiteiten vertegenwoordigden, in harmonie kunnen brengen met zijn uitspraken van vroegeren oflateren datum, om, door zich niet openlijk bloot te geven, zijn theorie althans te redden.

Zonder ook maar in het minst de standvastigheid en gelijkvormigheid van Schopenhauer's karakter in alle omstandigheden des levens te 'willen verdenken of in twijfel te trekken, zouden wij toch eerst zijn gedragslijn willen zien, wanneer de fortuin hem een niet zoo onafhankelijke positie in de maatschappij verschaft had, en hij eens gedeeld had in de onaangename ervaringen van Spinoza, bij wien nood en ellende zoo vaak aan de deur klopten, en geruimen tijd zelfs onder zijn dak intrek namen.

Intusschen ondergingen de meeste werken van Schopenhauer hetzelfde lot. In het jaar 1847 liet hij een tweede, zeer verbeterde en belangrijk vermeerderde omwerking van zijn Doctoraats-dissertatie verschijnen, en zond er een exemplaar van aan Dr. Julius Frauenstadt, met wien hij in Juli van het vorige jaar persoonlijke relatiën had aangeknoopt, en wien hij te Berlijn een bezoek had gebracht. Hij was de eerste geweest, die eenige jaren geleden meer in het bijzonder de aandacht der geleerden en philosophen op Schopenhauer gevestigd had, door een bespreking van zijn werken in de „Studiën und Kritiken zur Theologie und Philosophie". Ook van dit werk scheen de uitgever geen groote verwachtingen te koesteren, want het werd aangenomen zonder eenig honorarium.

Deze vrees werd inderdaad, tot groote teleurstelling van Schopenhauer, opnieuw verwezenlijkt; de stilzwijgende verstandhouding onder de professoren trof ook dit werk met den stempel des doods: het werd op schitterende wijze geignoreerd en vergeten!

Ongetwijfeld moet deze houding der Duitsche philosophen scherp gegispt worden. Meer dan dertig jaar geleden had Goethe reeds tegen Schopenhauer gezegd: „Wanneer men de onredelijkheid der Duitschers in geheel haar uitgestrektheid