is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstandelijke ontwikkeling van zijn zuster later op prijs wist te stellen. Een uitvoerig beeld van Adèle, die zich in het laatste gedeelte haars levens grootendeels op litterarische bezigheden toelegde, en geruiraen tijd te Rome doorbracht, ontwerpt ons Fanny Lewald, in haar „Reisherinneringen" en dat wij hier, daar het ons op uitstekende wijze het karakter van Adele doet kennen, laten volgen.

„Ik had de reisbeschrijvingen en de romans van haar moeder met bijzondere voorliefde in mijn jeugd gelezen; ook Adèle's letterkundige produkten „Sprookjes" en een Roman, die wanneer ik mij niet vérgis „Anna" getiteld is, waren mij bekend; en ofschoon ik veel minder smaak had kunnen vinden in de overdreven gevoelsfijnheid en schoondoenerij, van de laatste, dan in de veel frisschere en van leven tintelende gedichten der moeder, hadden mijn vrienden te Berlijn mij toch steeds met groote waardeering ook van de dochter gesproken.

Haar geest, haar kundigheden, haar meesterlijk talent van voorlezen, dat zelfs Goethe in verrukking moet gebracht hebben, haar groote gezellige beminnelijkheid, waren mij dikwijls genoemd geworden.

Reeds was ik in de gelegenheid geweest, verschillende arabesken te bewonderen, die zij met een scheermes uit zwart papier uitgesneden had. Het waren werkelijk kleine kunststukjes geweest en ik begaf mij, in overeenstemming hiermede met het beste vooroordeel en de aangenaamste verwachtingen naar haar toe.

Zij ontving mij dan ook onmiddellijk, maar ik kon mij niet vereenigen noch met haar uiterlijke verschijning, noch met haar manieren.

Men had mij nooit op afkeurende wijze over haar uiterlijk gesproken, daarom had ik het mij gunstig voorgesteld en werd dus, reeds bij den eersten aanblik getroffen door haar opvallend onaangenaam voorkomen. Zij was zeer groot, mager, ongewoon knokkelig, en had dun geelachtig haar, dat het breede voorhoofd en de zeer vooruitstaande wangbeenderen ternauwernood omhulde. De groote waterachtig blauwe oogen waren overmatig gewelfd, en traden ver onder hun oogleden naar voren, terwijl een breede uiterst leelijk gevormde mond, door de lange tanden niet verfraaid werd.

Al haar bewegingen waren stijf en haastig, en daarbij hadden haar manieren iets zoo zonderling aanmatigends en gemaakts, dat ik inderdaad eenigen tijd noodig had om mij aan deze opschroeverij te gewennen.