is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik had in mijn leven reeds menig onaangenaam vrouwenuiterlijk gezien en er toch een hartelijke genegenheid voor kunnen vinden, ofschoon werkelijke leelijkheid ook bij menschen, die ik beminde steeds een zichtbare en onaangename gewaarwording bij mij achterliet, maar een leelijkheid, die zoo apert alle oordeel tegen zich uitlokt, heb ik nooit, noch voorheen, noch later ontmoet.

Bij haar ontvangst deed zij niets dan vragen tot mij richten. Dit is, op zichzelf genomen, wel een beminnenswaardige manier om een bedeesde vreemdelinge mond en hart te ontsluiten, wanneer namelijk deze vragen niet al te imperieus gesteld en niet op al te bepaalde onderwerpen gericht worden; maar zulk een lust en zucht tot vragen kan onder gegeven omstandigheden ook spoedig zeer hinderlijk worden, en nadat ik mijn allereerste verrassing overwonnen had, verlustigden juffrouw Schopenhauer en die geheele scene mij zoozeer, dat mijn overmoedige geluimdheid daaraan ook ten laatste vlam vatte.

Ik had reeds nauwkeurige bijzonderheden gegeven omtrent mijn geboorteplaats, mijn familie, den toestand van mijn maatschappelijke positie, mijn arbeid en mijn vier en dertig jaren. Ik had ook reeds de mededeeling ontvangen, dat het voor een dame „van onzen leeftijd" — juffrouw Schopenhauer was toen minstens twintig jaren ouder dan ik! — zeer moeilijk was, om in de wereld alleen te staan, en nog veel moeilijker, om zich zonder rang en zonder vermogen toegang te verschaffen tot de voornamere Romeinsche kringen, dien zij natuurlijk evenzeer als de meest uitgebreide relatiën bezat, en dat daartoe voor mij wellicht ook eenige vooruitzichten bestonden, wanneer... en wanneer... en wanneer ...

Haar pedanterie, haar gedwongen gemaaktheid en de schijnvoorstelling van een jeugd, die reeds zeer ver achter haar lag, behield voor ons allen iets dat wij ver beneden allen goeden smaak achtten, maar zij was een vrouw van geest, had veel doorleefd en ik heb gedurende het geheele verloop van mijn Italiaansche reis gaarne en veel omgang met haar gehad; nadat wij elkander nader hadden leeren kennen, heeft zij mij steeds oprechte vriendschap betoond, en is mij dikwijls zeer ter wille geweest; menig aangenaam uur ook heb ik met haar doorgebracht, nadat ik geleerd had haar excentriciteiten op den koop toe te nemen, wat overigens niet zeer moeilijk was."

Terloops mogen wij hier wel aanstippen, dat Fanny Lewald in deze karakterschets geen melding maakt van het beste wat Adèle op literair gebied heeft voortgebracht, namelijk haar