Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij hier aanhalen, om ons daardoor een nagenoeg volledig overzicht van Schopenhauer's philosophie te verschaffen.

Het laatste deel onzer beschouwingen doet zich aan ons voor als het ernstigste, daar het de handelingen der menschen betreft, een onderwerp, dat iedereen rechtstreeks aangaat, niemand vreemd of onverschillig kan zijn, ja waartoe de natuur van den mensch zoozeer geneigd is al het overige terug te brengen, dat zij, bij ieder goed geordend onderzoek het gedeelte wat betrekking heeft op het handelen, steeds als het resultaat van zijn geheelen inhoud zal beschouwen — althans in zooverre het hem aangaat — en daarom aan dit gedeelte, zij het dan ook aan geen enkel ander, ernstige aandacht zal wijden.

In de aangegeven verhoudingen zou men volgens de gewone wijze van spreken, het nu volgende gedeelte onzer verhandeling de practische philosophie noemen, in tegenstelling met de tot dusverre behandelde theoretische wijsbegeerte.

Volgens mijn meening is echter alle philosophie steeds theoretisch, daar het tot haar wezen behoort zich, welk ook het allereerste onderwerp van haar onderzoek zij, steeds zuiver beschouwend te verhouden, en te zoeken, niet voor te schrijven. Practisch worden daarentegen, het handelen leiden, het karakter hervormen, zijn verouderde aanspraken, welke zij, bij rijper inzicht, eindelijk heeft moeten opgeven. Want hier, waar het de waarde of de nutteloosheid van een bestaan, waar het heil of verderf geldt, geven niet haar doode begrippen den doorslag, maar het innerlijk wezen van den mensch zelf, de demon, die hem leidt, en die niet hem, maar dien hij zelf gekozen heeft — zooals Plato zegt, — zijn intelligibel karakter — zooals Kant zich uitdrukt.

De deugd wordt nooit geleerd evenmin als het genie, ja, voor haar is het begrip even onvruchtbaar en slechts als werktuig te gebruiken, als dit 't voor de kunst is.

Het zou daarom even dwaas van ons zijn te verwachten, dat onze zedekundige stelsels en ethica's deugdzamen, edelen en heiligen, als dat onze aesthetikers dichters, beeldhouwers en muzikers verwekten.

Nergens kan de philosophie meer doen, dan het reeds aanwezige verduidelijken en verklaren, het wezen der wereld, dat zich in concreto, d. w. z. als gevoel, aan een ieder begrijpelijk voordoet, ter duidelijke abstracte kennis der rede brengen, maar dit in iedere mogelijke verhouding en van uit ieder gezichtspunt.

Sluiten