is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van inhoud is, dat zelfs het diepst gaande onderzoek, waartoe de menschelijke geest in staat zou zijn, haar niet zou kunnen uitputten.

Daar nu de werkelijke, kenbare wereld het ook aan onze ethische beschouwingen, evenmin als aan de voorgaanden, nooit aan stof en realiteit zal laten ontbreken, zullen wij niets anders behoeven te doen, dan onze toevlucht nemen tot begrippen zonder inhoud en ons dan ons zelf min of meer diets maken dat wij iets zeggen, wanneer wij, met hoog opgetrokken wenkbrauwen, redeneeren, over „het absolute", het „oneindige", het „bovenzinnelijke", en wat dergelijke eenvoudige negaties meer zijn (ovlev em, y to rvt<r mpyreua- ovofix, fierx xpvSpxs sttivoix, — nihil est, nisi negationis nomen, cum obscura notione x). Jul. or. 5, in plaats waarvan men korter „wolkenkoekoeksoord" (veCpe}.oxoxwyix) zou kunnen zeggen: toegedekte, ledige schotels van deze soort zullen wij niet behoeven op te disschen.

Eindelijk zullen wij ook hier evenmin als in het voorgaande „geschiedenisjes" vertellen, en die voor philosophie uitgeven. Want wij koesteren de meening, dat diegene nog verre verwijderd is van een wijsgeerige kennis der wereld, die denkt, haar wezen, op een of andere wijze, al is deze ook nog zoo behendig bemanteld, historisch op te kunnen nemen.... Zulk een historisch philosopheeren levert in de meeste gevallen een cosmogonie die vele varieteiten toelaat, of anders een emanatiesysteem, een afvals-leer, of eindelijk, wanneer men door vertwijfeling wegens vruchtelooze pogingen langs dien weg, op den laatsten weg gedreven wordt, omgekeerd een leer van voortdurend worden, ontspruiten, ontstaan, tot het licht komen uit de duisternis, den donkeren grond, den oergrond, of den „ongrond" en meer van dergelijke dwaasheden; welke men overigens op de kortste wijze afmaakt door de bemerking, dat er reeds een geheele eeuwigheid, d. w. z. een oneindige tijdruimte tot op het tegenwoordige oogenblik verloopen is, ten gevolge waarvan alles wat ooit worden kan en zal, reeds geworden moet zijn. Want alle dergelijke historische philosophie, zij mag dan nog zoo voornaam doen, neemt, alsof Kant nooit bestaan hadde, den tijd voor een bepaling van het ding aan zich, en blijft derhalve staan bij datgene wat Kant het verschijnsel, in tegenstelling met het ding aan zich 2), en

') Het is niets anders dan een negatief woord, met een duistere beteekenis

*) Ding aan zich = het ding zelf, op zichzelf, volgens zijn wezen.