is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bestaan en zijn tijd als onafhankelijk van elkander en het eerste als het ware midden in den laatste geworpen; hij neemt eigenlijk twee „nu's" aan, een, dat aan het object, en een ander dat aan het subject toebehoort en verwondert zich over het gelukkig toeval van hun samenzijn. In werkelijkheid echter vormt alleen het aanrakingspunt van het object, waarvan de vorm de tijd is, niet het subject, welke geen gedaante van het beginsel der voldoende reden tot vorm heeft, het tegenwoordige.

Nu is echter alles object van den wil, voor zoover het voorstelling is geworden, en het subject is het noodzakelijke correlaat van het object; reëele objecten bestaan echter alleen in het tegenwoordige; het verleden en de toekomst bevatten enkel begrippen en phantasma's; derhalve is het tegenwoordige de wezenlijke vorm van het verschijnsel van den wil, en van hem onafscheidelijk. Het tegenwoordige alleen is datgene, wat er altijd is en onwrikbaar vaststaat

Wien dus het leven bevredigt, zooals het is, wie er op alle wijzen mede instemt, die kan het met vertrouwen als eindeloos beschouwen en de vrees voor den dood als een zinsbegoocheling verbannen, die hem de ongerijmde vrees instort, dat hij het tegenwoordige zou kunnen verliezen, en hem een tijd voorspiegelt zonder een „tegenwoordig" er in; een zinsbegoocheling welke, ten opzichte van den tijd dezelfde is, als die andere ten opzichte van de ruimte, tengevolge van welke een ieder, in zijn verbeelding, de plaats welke hij op den aardbol inneemt als het bovenste punt, en al het overige beneden hem geplaatst beschouwt; op dezelfde wijze knoopt iedereen het tegenwoordige aan zijn individualiteit vast, en meent dat met deze, ook al het tegenwoordige ophoudt; dat het verleden, en de toekomst nu zonder het (tegenwoordige) zouden bestaan. Maar zooals op den aardbol ieder punt boven is, zoo is ook de vorm van alle leven tegenwoordig, en den dood vreezen omdat hij ons aan het tegenwoordige ontrukt, is evenmin verstandig als vreezen, dat men op den ronden aardbol, waarop men nu gelukkigerwijze juist bovenaan staat, naar omlaag zou kunnen glijden....

Wien echter de lasten des levens drukken, wie het leven wel wil en er mede instemt maar de ellenden ervan verafschuwt, en voornamelijk het harde lot dat juist hem ten deel is gevallen, niet in staat is langer te dragen, die heeft van den dood geen verlossing te verwachten en kan zich niet door zelfmoord redden; slechts met een valschen schijn lokt