is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tot de werkzaamheid van de motieven wordt niet alleen hun aanwezigheid, maar ook hun bekend worden, vereischt; want, volgens een reeds vroeger aangehaalde zeer goede uitspraak der scholastieken, „causa finalis movet non secundum suum esse reale, sed secundum esse cognitum" l). Opdat b.v. de verhouding, welke in een bepaald mensch tusschen egoïsme en medelijden bestaat, aan het licht kome, is het niet voldoende, dat hij een zekeren rijkdom bezit en de ellende van anderen aanschouwt, maar hij moet ook weten, wat hij met zijn rijkdom tot stand kan brengen, zoowel voor zichzelf als voor anderen; en niet alleen het lijden van anderen moet zich aan hem voordoen, maar hij moet ook weten, wat lijden, en ook wat genot is.

Wellicht wist hij bij een eerste gelegenheid dit alles even goed, als bij een tweede en wanneer hij nu, bij eenzelfde gelegenheid verschillend handelt, dan is de oorzaak hiervan slechts hierin gelegen, dat de omstandigheden eigenlijk anders waren, namelijk volgens het gedeelte dat van zijn kennis afhangt, wanneer zij volkomen dezelfde schijnen te zijn.

Zooals het niet-kennen van aanwezige omstandigheden haar de werkzaamheid ontneemt, zoo kunnen anderzijds geheel ingebeelde omstandigheden, werken evenals werkelijke, niet alleen bij een enkele zinsbegoocheling, maar over het geheel en bij voortduring.

Laat b.v. een mensch zich vast overtuigen, dat iedere weldaad hem in het toekomstige leven honderdvoudig vergolden zal worden, dan werkt zulk een overtuiging geheel en al als een wissel op lang zicht, en kan hij uit egoisme geven, zooals hij bij ander inzicht uit egoïsme zou nemen. Veranderd is 'hij niet: veile non discitur (het willen wordt niet aangeleerd).

Krachtens dezen grooten invloed van de kennis op het handelen, bij onveranderlijken wil, geschiedt het, dat het karakter zich eerst langzamerhand ontwikkelt, en zijn verschillende trekken te voorschijn treden.

Daarom toont het zich op iederen leeftijd verschillend, en op een veelbewogen, onstuimige jeugd, kan een bedaarde, matige, mannelijke oudeidom volgen. Voornamelijk zal de kwade zijde van het karakter met den tijd steeds krachtiger voor den dag komen ; somtijds echter worden hartstochten, waaraan

') De eindoorzaak beweegt niet volgens haar werkelijk zijn, maar volgens haar bekend zijn.