Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijke waarde der goederen des levens, of een of ander abstract dogma, waarvan ik het geloof verloren heb, verleiden minder egoïstisch te handelen, dan strookt met mijn karakter, en mij daardoor spijt van een andere soort veroorzaken. De spijt is dus altijd de geëvenredigde kennis van de verhouding der daad tot de eigenlijke bedoeling.

Zooals de reeds door andere ideën, hier natuurkrachten, beheerschte materie zich verzet tegen den wil, voor zoover deze zijn ideën alleen in de ruimte, d. w. z. alleen door de gedaante openbaart, en zelden de gedaante welke hier naar zichtbaarheid streeft, volkomen zuiver en duidelijk, d. w. z. schoon, te voorschijn laat treden, evenzoo doet zich een analoge hinderpaal, van de alleen in den tijd, d. w. z. door handelingen, zich openbarenden wil, bij de kennis voor, die hem zelden de juiste data aangeeft, waardoor de daad dan niet in nauwkeurige overeenstemming met den wil uitvalt, en daarom spijt veroorzaakt.

De spijt ontstaat dus altijd uit de geëvenredigde kennis, niet uit de verandering van den wil, wat onmogelijk is.

Gewetensangst over een begane daad is niets minder dan spijt, maar wel smart over de kennis van zijn eigen „aan zich", d. w. z. als wil.

Zij berust op de zekerheid, dat men nog steeds denzelfden wil is toegedaan. Ware deze veranderd, en de gewetensangst dus louter spijt, dan zou deze zichzelf opheffen ; want het verledene zou dan verder geen angst kunnen verwekken, daar het de uitingen van een wil zou voorstellen, welke niet meer die van den spijt-gevoelende zou zijn. "Wij zullen later de beteekenis van den gewetensangst uitvoeriger behandelen.

Op den invloed, dien de kennis, als het medium der motieven, wel niet op den wil zelf, maar op zijn te voorschijn treden in de handelingen, uitoefent, is tevens het voornaamste onderscheid gebaseerd tusschen de handelingen der menschen en die der dieren, terwijl de wijze der kennis van beiden verschillend is.

Het dier heeft namelijk alleen aanschouwelijke, de mensch, door de rede, daarenboven ook abstracte voorstellingen, begrippen. Ofschoon nu èn uier èn mensch, met gelijke noodzakelijkheid door de motieven bepaald worden, heeft de mensch toch een volmaakt beslissende keuze op de dieren voor, welke ook dikwijls aangezien wordt voor een vrijheid van wil in de afzonderlijke daden, ofschoon zij niets anders is, dan de mogelijkheid van een geheel uitgevochten conflict tusschen meerdere

7

Sluiten