is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gewend moet worden, tot verwarring en dwaling voert. Had hij een meer dan oppervlakkige kennis van ziekelijke geestestoestanden bezeten, dan had hij aan zulke dwaze hypothesen niet vast kunnen houden.

Het lijdt geen twijfel, dat de prijsvraag der Academie de moreele vrijheid bedoelt. Daarom moeten wij trachten uit te vinden, wat ons bewustzijn ons hierover zegt.

Volgens Schopenhauer zegt dit laatste niets anders dan: „Ik kan, wat ik wil". Dit is de tweede plaats, waar wij Schopenhauer van tegenstrijdigheid moeten beschuldigen. De innerlijke ervaring zegt ons dat alle gebeuren, willen is; dat iedere verandering de werking van een wil, d. w. z. van een oorzaak is.

In de innerlijke ervaring leeren wij feitelijk de grondstelling, die, tot een begrip samengevat, aldus zou 'luiden: alles heeft zijn oorzaak.

Al is het begrip der noodzakelijkheid hier niet ter plaatse, dan vinden wij toch hier een zeker noodzaken. Maar verder strekt de innerlijke ervaring zich niet uit; zij beweert noch dat deze werking een bepaalde oorzaak heeft, noch dat iedere oorzaak op haar beurt werking zou zijn.

Alles wat wij doen of denken, is werking van onzen wil, maar naar de oorzaak van onzen wil vragen, schijnt ons iets onzinnigs.

Wij gevoelen ons nooit als een werking, maar alleen als een oorzaak, wij hebben het gevoel der asëiteit. Het is het gevoel der vrijheid en der onafhankelijkheid, en op deze wijze zegt ons bewustzijn ons inderdaad, dat de wil vrij is.

Nadat Schopenhauer de vrijheid niet in het bewustzijn gevonden heeft, vraagt hij, wat het bewustzijn van andere dingen, d. w. z. onze kennis van de wereld ons zegt.

Hier nu is de zaak tamelijk eenvoudig. Volgens Schopenhauer heeft het verstand de wet der causaliteit bij de hand en onderwerpt aan haar alle veranderingen. Daar ook de handelingen der menschen tot de waargenomen veranderingen behooren, geldt ook voor haar de wet der causaliteit; deze verkrijgt alleen een anderen naam, de wet der motivatie.

Deze wet der motivatie is de vierde wortel van het Beginsel der toereikende reden; van haar hangt alle noodzakelijkheid af, onverschillig onder welke gedaante zij zich voordoet.

In het bijzonder zet Schopenhauer ook hier uiteen, hoe de causaliteit (de oorzakelijkheid) het allereerst optreedt als oorzaak in den strengeren zin des woords, hoe zij in de levende