Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den viervoudigen wortel, als het Drontheimer Prijsschrift en het algemeen zijn latere geschriften treft.

Reeds de indeeling, in oorzaak, in prikkel, en in motief, is onaannemelijk. Zeer juist is het, dat, wanneer wij opstijgen van de mechanica tot de physica en de scheikunde, en van daar naar naar de botanica en de zoölogie, de voorwerpen steeds ingewikkelder worden, en het begrip hunner veranderingen steeds moeilijker te achterhalen is.

Een principieel onderscheid tusschen oorzaak en prikkel is echter niet aanwezig; het onderscheid is hierin gelegen, dat oorzaken, die op levende wezens inwerken, in den regel spankrachten absorbeeren, waardoor de schijnbare wanverhouding tusschen oorzaak en gevolg ontstaat.

Waarom heeft Schopenhauer er niet aan gedacht dat een stoot een vat kruit kan doen ontploffen? In de wereld als voorstelling echter motieven te vinden, dat gaat volstrekt niet aan. Materieele veranderingen veroorzaken andere materieele veranderingen, onverschillig of de eene bal de andere van zijn plaats stoot, of wel, dat de mensch een appel ziet en er naar grijpt.

Het beeld van den appel valt op het netvlies, tengevolge waarvan er bepaalde processen in de hersenschors ontstaan, en dezen veroorzaken de opwekking der bewegingszenuwen, en de samentrekking der spieren. Hierbij is er van een motief geen sprake.

Wilde men het inlasschen in de keten der oorzaken, dan zou het de influans physicus zijn, de onaannemelijke vermenging der inwendige en der uitwendige ervaring.

In de natuurwetenschap treft men slechts oorzaken aan: keeren dezelfde voorwaarden terug, dan volgt dezelfde beweging. De ingewikkeldheid der voorwaarden is bij de georganiseerde lichamen, voornamenlijk bij den mensch, buitengewoon grooter dan in de overige natuur, maar principieele verschijnselen bestaan er niet.

Verdeelt men in oorzaken, prikkels en motieven, dan ontbreekt de eigenlijke verdeelingsgrond.

Door de innerlijke ervaringen weten wij, dat zekere oorzakelijke aanaanschakelingen ons innerliik als motivatie toeschijnen, en besluiten daaruit, dat een gedeelte der in de wereld als voorstelling waargenomen veranderingen op gelijke wijze toegankelijk kan zijn voor een dubbele opvatting, maar nooit is er sprake van oorzaak of motief, maar van oorzaken van buiten af, en van inwendige motieven, of van uitwendige oorzaken en een inwendig analogon van een motief.

Sluiten