is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Intusschen heeft hij duidelijk genoeg gewezen op de noodzakelijkheid om uit de gegevens van het gevoel, vaste beginselen af te leiden. Hartmann beweert spottend, dat volgens Schopenhauer de gerechtigheid niets anders is, dan op flesschen getrokken medelijden. Welnu, zoo is het inderdaad; Schopenhauer zegt zelf, dat de beginselen het reservoir zijn der moraliteit.

"Wanneer de eerbied voor alle rechten voortspruit uit redelijk overleg, zegt Hartmann, dan heeft hij een geheel anderen wortel dan het medegevoel. Een dergelijke bewering is voor mij volkomen onbegrijpelijk.

Het rechtvaardig zijn vestigt zich ofwel op de practische rede, d. w. z. op de overweging, dat zij voordeel aanbrengt, en dan is er van moraliteit geen sprake; ofwel het grondvest zich op het medegevoel, dat vreest, een ander onrecht aan te doen: tertium non datur.

Zeggen wij, om ieder misverstand te voorkomen: reflexie, in plaats van rede, dan blijkt het, dat reflexie alleen geen moraal kan geven, omdat het handelen van den mensch op de allereerste plaats van gevoelens afhankelijk is, en buitengewoon krachtige gevoelens, Schopenhauer's antimoreele drijfveeren, den mensch tot egoïsme voeren.

Ook al namen wij (per impossibile) aan, dat de reflexie er zonder moreel gevoel in geslaagd was, tot de metaphysieke waarheid van het tat twam asi te geraken, en de eenheid van wezen te erkennen, dan zouden wij nog niets gewonnen hebben, want de waarheid die ons slechts in begrippen gegeven was, zou tegen de macht van het egoïstische gevoel niets kunnen uitrichten. Een moraal, die meer dan een herschenschim zijn wil, moet dus eene gevoelsmoraal zijn.

Anderzijds heeft het gevoel de reflexie noodig, opdat op haar grond een bewoonbaar huis opgetrokken kunne worden. Een bloote gevoelsmoraal zou aan de eischen des levens niet kunnen voldoen; zij zou, zooals Schopenhauer, en na hem Hartmann, op treffende wijze verklaart, niets dan een soort caricatuur der vrouwenmoraal zijn, een goed hart, zonder de medewerking van het verstand.

Nu bestaat er echter geen volmaakte tegenstelling tusschen gevoel en rede. Schopenhauer toont juist aan, dat ons moreelo gevoelen niets anders is, dan de hoogste trap der rede.

Datgene, wat zich eerst als instinct, daarna als medegevoel tegenover de alleenheerschappij van het egoïsme plaatste, den strijd der individueele willen temperde, dat is tegelijkertijd de