is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hierin, dat er een beslist overwicht van het kennen over het willen zichtbaar in is, en gevolgelijk ook een kennen, ontdaan van alle relatiën tot een willen, d. w. z. een zuiver kennen.

Daarentegen is in koppen, zooals zij in den regel zijn, de uitdrukking van het willen overheerschend, en ziet men, dat het kennen altijd eerst in werking treedt op aandrang van den wil, dus later gericht is op motieven.

Daar de geniale kennis, of de kennis der idee, die kennis is, welke het beginsel der voldoende reden niet volgt, en daarentegen die welke het wel volgt, verstandigheid en redelijkheid in het leven verschaft en de wetenschappen tot stand brengt, zullen geniale individuen met de gebreken behebt zijn, welke de verwaarloozing der laatstgenoemde wijze van kennen na zich sleept.

Hierbij moet echter de beperking gevoegd worden, dat hetgeen ik in dit opzicht wil beweren, hen slechts treft, voor zoover en terwijl zij werkelijk bezig gehouden worden door deze wijze van geniale kennis, wat volstrekt niet het geval is in ieder oogenblik van hun leven, daar de groote, spontane inspanning, welke voor het met wilsvrijheid opnemen der ideën vereischt wordt, noodzakelijkerwijze weder verslapt en bij groote tusschenpoozen plaats grijpt, waarin zij zoowel ten opzichte van voortreffelijke hoedanigheden als van gebreken, met de gewone menschen tamelijk gelijk staan.

Men heeft daarom van oudsher het werken van den genius als een inspiratie, ja zooals de naam zelf aanduidt, als het werken van een bovenmenschelijk wezen, onderscheiden van den individu zelf, beschouwd, dat slechts van tijd tot tijd bezit van hem nam.

De afkeer van geniale individuen om hun opmerkzaamheid te richten op den inhoud van het beginsel der voldoende reden, zal zich het eerst openbaren met betrekking tot den grond van het zijn, als afkeer van de mathematica, die slechts de meest algemeene vormen der verschijnselen, ruimte en tijd, welke zelf slechts vormen van dit beginsel zijn, beschouwt, en daarom geheel en al het tegendeel is van die beschouwing welke alleen den inhoud van het verschijnsel, de zich daarin uitdrukkende idee, zoekt, terwijl zij van alle relatiën afziet.

Bovendien zal ook de logische behandeling der mathematica den genius mishagen, daar deze, het eigenlijke inzicht belemmerend, niet bevredigt, maar een loutere aaneenschakeling