is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook zegt hij in zijn Phedrus, dat een echte dichter niet zonder een zekeren waanzin kan bestaan, ja dat een ieder, die in de vergankelijke dingen de eeuwige ideën weet te onderscheiden, waanzinnig schijnt.

Cicero zegt eveneens: „Negat enim sine furore Democritus, quemquam poetam magnum esse potest: quod idem dicit Plato. (De divin. I 37). ')

En Pope:

„Great wits to madness sure are near allied.

And thin partitions do their bounds divide". •)

Bijzonder leerrijk in dit opzicht is Goethe's „Torquato Tasso", waarin hij ons niet alleen het lijden, het wezenlijk martelaarschap van den genius als zoodanig, maar ook deszelfs geregelden overgang tot waanzin voor oogen stelt.

Eindelijk wordt dit feit van rechtstreeksche verwantschap tusschen genialiteit en waanzin door de biografieën van zeer geniale menschen, zooals van Rousseau, Byron, Alfieri, en door bijzonderheden uit het leven van anderen, bevestigd; deels moet ik er anderzijds ook aan herinneren, dat ik, bij dikwijls herhaalde bezoeken aan krankzinnigen-gestichten, enkele individuen van onmiskenbaar grooten aanleg aangetroffen heb, wier qualiteit duidelijk in hun waanzin doorschemerde, maar welke laatste hier echter volkomen de overhand behouden had.

Dit nu kan niet aan het toeval toegeschreven worden, omdat eenerzijds het aantal waanzinnigen naar verhouding wel zeer klein is, maar een geniaal individu daarentegen een buiten alle gewone verhouding zeldzame en slechts als de grootste uitzondering in de natuur voorkomende verschijning is.

Hiervan kan men zich alleen daardoor overtuigen, dat men <le werkelijk groote geniën, welke het geheele beschaafde Europa in den geheelen loop der oude en nieuwe tijden voortgebracht heeft, — waartoe alleen zij gerekend moeten worden, die werken tot stand brachten, welke door alle tijden een blijvende waarde voor het menschdom behouden hebben, — dat men, zeg ik, deze enkelen optelt, en hun aantal vergelijkt met de 250 millioen menschen, die, zich alle dertig jaren vernieuwend, in Europa leven.

Ja, ik wil hier niet onopgemerkt laten, dat ik eenige lieden

') Democritus ontkent, dat iemand zonder waanzin, een goed poëet kan zijn; ditzelfde zegt ook Plato. (De divinat. I 37).

') De waanzin is aan den grooten geest verwant, slechts dunne wanden scheiden hen van elkander.