is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mijn eigen veeljarige ondervinding heeft bij mij het vermoeden doen ontstaan, dat waanzin naar verhouding het meest voorkomt bij tooneelspelers. Welk misbruik maken deze lieden niet van hun geheugen!

Dagelijks hebben zij een nieuwe rol in te studeeren, of een oude in het geheugen te ververschen. Onder al deze rollen heerscht echter niet de geringste samenhang, ja dikwijls zijn zij in tegenspraak en in strijd met elkander, en iederen avond legt de tooneelspeler er zich op toe, zichzelf volkomen te vergeten, om in alles een ander te zijn. Zooiets baant rechtstreeks den weg tot waanzin!

De in den tekst gegeven uiteenzetting van het ontstaan van den waanzin zal bevattelijker worden, wanneer men zich herinnert, hoe wij ongeveer aan dingen denken, welke in strijd zijn met onze belangen, onze fierheid, of onze verlangens, — hoe moeilijk wij er toe kunnen besluiten, dergelijke zaken aan ons intellect voor te leggen tot een nauwkeuriger en ernstiger onderzoek, hoe gemakkelijk wij er daarentegen onbewust weder van afspringen, of wegsluipen; — hoe aangename aangelegenheden daarentegen als van zelf in ons opkomen en zij ons, ofschoon wij haar uit ons hoofd verwijderd hebben, toch weder bekruipen, zoodat wij er urenlang mede bezig blijven.

In dien weerzin van den wil, om wat hem afkeerig is, onder het licht van het intellect te laten komen, ligt de plaats waar de waanzin in den geest kan inbreken.

Iedere nieuwe, aan hem strijdige gebeurtenis moet namelijk door het intellect geassimileerd worden, d. w. z. in het stelsel van waarheden die op onzen wil en zijne belangen betrekking hebben, een plaats verkrijgen, wat voor meer bevredigends zij daar ook te verdringen moge hebben.

Zoodra dit geschied is, is hun smart reeds belangrijk verminderd, maar deze operatie zelf is dikwijls zeer smartelijk en voltrekt zich meestal langzaam en met tegenstreven.

Intusschen kan de gezondheid des geestes slechts bestaan, in zooverre zij (deze operatie) iederen keer op juiste wijze voltrokken wordt.

Bereikt dit tegenstreven en het verzet van den wil tegen de opname van een kennis, in afzonderlijke gevallen daarentegen den graad, dat deze operatie niet volmaakt doorgezet kan worden, — worden er dientengevolge aan het intellect zekere gebeurtenissen of omstandigheden volkomen onthouden, omdat de wil er den aanblik niet van kan verdragen, en wordt dan, ter wille van den noodzakelijken samenhang, de daardoor