is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het uurwerK waaruit de alles in stand houdende schroeven verwijderd zijn.

1 och zal alleen de rede, dus de reflectieve kennis, door deze suspensie getroffen worden, niet ook de intuïtieve; daar anders de wil zonder eenige leiding, en gevolgelijk de mensch onbewegelijk zou blijven.

De razende neemt integendeel de voorwerpen waar, daar hij op hen losstormt; hij heeft dus ook het bewustzijn van zijn tegenwoordige daden en daarna de herinnering er aan.

Hij is echter verstoken van alle reflexie, dus zonder eenige leiding door de rede, en diensvolgens volkomen ongeschikt tot ieder overleg en bedachtheid op het afwezige, het verledene of het toekomstige.

Wanneer de aanval voorbij is, en de rede haar heerschappij weder hernomen heeft, is haar functie opnieuw regelmatig, daar haar eigen werkzaamheid niet gekrenkt of vernietigd is. maar de wil slechts het middel gevonden heeft, zich voor een

oogenblik geheel aan haar te onttrekken.

# •

*

Wanneer wij na een aandachtige lectuur van de hierboven aangehaalde passage, diep doordringen in de opvattingen van Schopenhauer aangaande kunst, genie en waanzin l), zal het ons niet verwonderen, dat de kring van enthousiasten, die Schopenhauer zich door zijn „Welt als Wille" en zijn „Welt als Vorstellung" verworven had, zeer uitgebreid werd door deze beschouwingen, welke bij zoovelen belangstelling wekten.

Zeer vele autoriteiten op het gebied der kunst hebben de meening verspreid dat men omtrent de werkingen en verrichtingen van kunst en genie, alsmede omtrent haar oorzaken, zeer veel van Schopenhauer leeren kan.

Zelfs Richard Wagner, wien men toch zeker niet de zwakheid zal verwijten, de verdiensten van anderen te hoog te schatten, heeft zijn vereerders een hoog begrip van Schopenhauer's meeningen over de kunst weten in te prenten.

Om de gedachten welke Schopenhauer over kunst en kunstenaars, over genie en waanzin uitspreekt, te kunnen begrijpen, moet men zich de begrippen van „wil" en „intellect" (of verstand) in den zin, welken Schopenhauer er aan geeft helder voor oogen stellen.

Ofschoon hij als metaphysiker alle willen enkel als een

') Vgl. W. Deutschthümler, Ueber Schopenhauer zu Kant.