Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

echter ook stemmingen en gemoedstoestanden, die iets levendigs wedergeven.

Ook door beelden en zuilen, door architectonische werken en toondichtingen, door gerijmde en nietgerijmde voorstellingen van ons gewone burgerlijk leven en der wereldgeschiedenis, die zich daaruit ontwikkelt, maar ook door een aanschouwelijke afschildering van het heelal, dus door origineele philosophische scheppingen, tracht de menschelijke natuur haar doel te bereiken.

Om hierin echter op de beste wijze te slagen, heeft zij meer of minder verbeeldingskracht, d. w. z. scheppenden geest, meer of minder geschiedkundige juistheid en voor alles een overgroote waarheidsliefde noodig.

Het geestelijke en het zinnelijke laten zich in de kunst niet afgezonderd voorstellen; de kunst moet gelijktijdig zoowel op onze zinnen als op ons verstand werken, hetzij op de eerste meer en op de laatste minder, ofwel omgekeerd volgens het onderwerp wat zij behandelt; nooit echter mag een kunstwerk slechts in één richting, hetzij op onze zinnen, hetzij op ons verstand inwerken, op straffe van gebrekkig of onbeduidend of vervelend te worden.

Be hoogste taak, het hoogste doel der kunst bestaat hierin dat zij onzen smaak tracht te vormen en te verbeteren, en hiertoe is zij slechts in staat, door onze liefde voor de waarheid door de natuurgetrouwheid harer producten te verlevendigen en te versterken.

Bezit degene, wien een kunstwerk voorgesteld wordt, reeds een krachtigeren en beter ontwikkelderen waarheidszin dan de kunstenaar die het kunstwerk heeft voortgebracht, of dan er in het kunstwerk zelf uitstraalt, dan zal hij het van de hand wijzen, als aan zijn smaak tegenstrijdig, of daarmede niet geheel en al of voldoende strookende.

Door de kennis, en door vast te stellen, wat de edele kunst wil en inderdaad kan tot stand brengen, komt Schopenhauer tot de overtuiging, dat zij slechts in werking kan treden voor hen, die op bijzondere wijze begaafd, of voor naturen die met een krachtige liefde voor de waarheid toegerust zijn, niet voor hen, die zich door leugen en bedrog laten medesleepen.

Weliswaar zou men hier tegen dit „kan" kunnen aanvoeren, dat zeer velen, die zich van de kunst een levensbestaan willen vormen, zich niet zelden gedrongen zien, zich door leugen en bedrog te laten medesleepen, en dat anderzijds kunstwerken, die met den edelsten en verhevensten waarheidszin ontworpen

12

Sluiten