is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kant haalt ze echter alleen aan, om ze te wederleggen, en dus beslist niet, om zich met vreemde „veêren" te sieren.

Schopenhauer daarentegen eigent zich een aantal dier oude antwoorden toe om er zich mede te tooien; dientengevolge moeten wij Kant op het gebied van auteurs-eerlijkheid verre boven Schopenhauer plaatsen.

Schopenhauer was echter niet alleen een wijsgeer, maar tevens een menschenkenner, en wel een moderne menschenkenner en als zoodanig zal hij zeer goed geweten hebben, dat de moderne mensch veel minder waarde hecht aan de vlijt, die bij ieder kunstwerk vereischt wordt, dan aan glanzende uiteenzettingen en nieuwe verblindende gezichtspunten, vooral wanneer aan deze een stijl gepaard gaat, welke steunt op de Antieken en klassieken.

Ondanks zijn steunen op het overoude en het allerminste, kan aan Schopenhauer de oorspronkelijke kracht, waarmede hij zijn zelfstandige origineele beschouwingen als oorspronkelijke scheppingen van zijn intellect voorstelt, niet ontzegd worden, en kan hij daarom terecht trots gaan op zijn glanzend voorstellingsvermogen als kunstgenie, en zonder vrees beweren, dat wat hij zijn stelsel noemt, een geniaal gebouw is en eeuwig blijven zal.

Het kan dan ook niet in twijfel getrokken worden, dat Schopenhauer inderdaad grooten invloed uitgeoefend heeft, zooals dit eigen is aan alle genieën, al vindt dit slechts plaats gedurende hun nageslachten — en dit wel op een groot publiek en op zeer verschillende wijze, steeds onderrichtend, hier en daar verlustigend of met opgeruimdheid onderhoudend, maar ook zeer dikwijls tot diepen ernst stemmend.

Steeds namelijk heeft Schopenhauer er zich met ai zijn vermogens op toegelegd, de waarheid of althans datgene, wat hij zich als waarheid voorstelde, te achterhalen en op zijn eigenaardige, gemoedelijke wijze voor te stellen.

Schopenhauer verklaart op zeer grondige en uitdrukkelijke wijze, dat de geschiktheid en het vermogen, om het verband tusschen oorzaak en gevolg, in werkelijkheid en dus naar waarheid te kunnen kennen, in alles en allen de geniale natuur van de gewoon ontwikkelde, of met talent begaafde natuur onderscheidt — dat deze zelfde kracht voor de waarheid, welke het kunstgenie noodig heefl, om oorspronkelijke concepties te vormen en vast te kunnen houden, eveneens door den staatsman, den veldheer, den man van zaken bezeten moet worden, om wanneer de gunstige gelegenheid de ge-