is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenschte omstandigheden aanbrengt een wereldgenie te kunnen worden.

In het kunstgenie is in hoogeren graad het zuivere verstand werkzaam, dus het vermogen om zich de waarheid voor te kunnen stellen; in het wereldgenie daarentegen treedt meer de zuivere rede op den voorgrond, en dus het vermogen, om zich uit juiste voorstellingen heldere begrippen te kunnen vormen.

Onze rede, die door Schopenhauer zoo kernachtig onze „Begriffsbildnerin" genoemd wordt, vormt zich, wanneer zij een geniale rede is, over alle verschijnselen des levens, begrippen, die volkomen met de waarheid strooken.

Door de waarheid, welke door de zuivere rede gekend wordt, kan dan haar heer, d. w. z. onze eigen wil, zich tot heer over een vreemden wil maken.

Het hoogste genot van het wereldgenie bestaat inderdaad hierin, dat het door zijn intellectueel overwicht, intellectueel ondergeschikten beheerschen, en hun zijn eigen wil opdwingen kan, dus het doorzetten van zijn eigen wil.

Hierdoor is het wezenlijk onderscheiden van het kunstgenie, dat alleen in de beschaving van de waarheid, en in haar weder te geven, zijn hoogste genot zoekt en vindt.

Het kunstgenie wendt dit vermogen, om tot de waarheid te kunnen doordringen, hoofdzakelijk aan in dienst der waarheid; het wereldgenie benuttigt dit vermogen slechts gedeeltelijk om waarheden te kennen, gedeeltelijk ook ter verspreiding van leugens, en wel al naar gelang het eene of het andere beter past.

Schopenhauer beschouwt ons geheele intellect, dat hij uit verstand en rede samengesteld noemt, als een volstrekt onverantwoordelijk wezen.

Het intellect moet ten uitvoer brengen, wat zijn heer, de wil, hem beveelt. Het kan zoowel tot het schoone en het goede, als tot het kwade dienen. Het is een slaaf, die slechts behoeft aan te nemen en te begrijpen, wat zijn heer hem beveelt aan te nemen en te begrijpen.

Het is geen wil in zichzelf, maar slechts een met verstand en rede begaafd wezen. Schopenhauer noemt ons verstand ook practisch, wanneer het alle verschijnselen scherp waarneemt en het vermogen bezit ze vast te houden. Ook de dieren bezitten een scherp en practisch verstand.

Onze rede noemt Schopenhauer practisch, wanneer door hare, met de werkelijkheid overeenkomende begrippen, de weg en