Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is zij afschuwelijk, maar wanneer zij dit niet doet, nog veel afschuwelijker.

Alleen de wil der dieren is niet aangetast noch verkracht, waarom hij zich dan ook zonder vrees mag en kan openbaren', wat en zooals hij in werkelijkheid is; de onze is daarentegen des te leelijker, naarmate hij krachtiger is, onverschillig of wij hem openbaren, of — verbergen."

Ondanks dezen bitteren haat, en de innige verachting, waarmede Schopenhauer den menschelijken wil overal beoorloogt, waar deze zich toont, kent hij hem tenminste nog éénè goede zijde toe, namelijk dat hij nooit tot waanzin kan vervoerd worden.

Een wezen dat enkel als een intellectueel object en als niets anders gekend kan worden, kan natuurlijkerwijze niet verkracht, noch gewijzigd of veranderd worden.

De wil van den mensch kan echter, volgens de opvatting van Schopenhauer, zelfs niet ziek worden, terwijl daarentegen het intellect aan waanzin en alle andere soorten van ziekte onderhevig kan zijn.

Dat het intellect van geniale naturen naar verhouding veel minder zeldzaam en ook gemakkelijker tot waanzinnigheid overslaat, dan dat van den gewonen normaalmensch en dat dezulken, die kunstwerken voortbrengen en door eigen intellectueel productie-vermogen scheppen, veel sneller uit den intellectueelen band springen, dan de gewone staatsburgers, die de lagere wegen des levens bewandelen, verklaart Schopenhauer uit de geschiktheid, het vermogen van het genie, om zich eigene oorspronkelijke beschouwingen te vormen, en deze zoo krachtig vast te kunnen houden, dat daaruit zeer gemakkelijk fixe ideeën kunnen ontstaan, welke nooit voor kunnen komen bij hem die volstrekt niet in staat is, ideeën op te vatten, maar slechts denkt aan hetgeen een gezonde wil begeert. '

Wij kunnen zonder vrees voor tegenspraak wel aannemen, dat alle machines voor haar tijd den dienst weigeren, en voor den arbeid, welke zij moeten verrichten niet meer beginnen te deugen, wanneer namelijk haar krachten overspannen worden, en meer van haar gevergd wordt dan zij redelijkerwijze kunnen leveren. Ditzelfde geldt ook van ons hoofd. Het begint te lijden, wanneer het door onzen wil overspannen wordt en wel des te gemakkelijker, naarmate het te klein en te smal gebouwd is voor de machinerie der hersens, die in deze bekrompen ruimte moeten werken.

Schopenhauer wordt door velen als een beslist overspannen

Sluiten