is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

staande, die waaraan hun wil zich met zooveel aandrang en energie hechtte, de slechtste was.

De rusteloos voortvliegende tijd, de bezorgdheid om van net geluk van het oogenblik zooveel mogelijk te genieten, het bewustzijn alleen reeds van het bestaan van het kwaad in de wereld, en de onvermijdelijke noodzakelijkheid van zelfs bij het hoogste geluk smart te moeten gevoelen en dat ditzelfde geluk, al wordt het niet vervangen door rampen of onheilen, toch gemist moet worden, vergallen zijn wil tot het leven, en wat het leven aan geluk kan bieden.

Toen Nero de stad Rome in vlammen deed opgaan, verlustigde hij zich in dit ontzettend schouwspel door die vuurzee door een prachtigen smaragd gade te slaan en te bewonderen. Nero smaakte een innig genot bij dit voor hem verheven tatereel, maar wij mogen ook veilig aannemen dat anderen er by geweend zullen hebben.

Zoo komt het er dus maar op aan, door welke glazen men de wereld bekijkt, en hoe ons eigen karakter deze glazen geslepen heeft. Het kan ons inderdaad een troost zijn, dat deze ontmoedigende beschouwingen van Schopenhauer over het lijden dezer wereld, hoe waar zij op zichzelf genomen ook zijn, toch veel van haar pessimistisch karakter verliezen, wanneer men naast deze schaduwzijden des levens ook de zonnige zijden er van gadeslaat.

Ondanks zijn pogingen om het geluk wat het leven en de wereld kunnen aanbieden te verkleinen, te verminderen, te verkorten, te doen wegkwijnen bij de gedachte aan mogelijke rampen en aan den dood, slaagt hij er toch niet in, de eigenlijke waarde van het geluk te ontzenuwen.

Wanneer het niet ontkend kan worden, dat de gedachte aan het toekomstig missen van een bestaand geluk, dit geluk zelve kan vergallen, en een onuitsprekelijk lijden kan veroorzaken, dan is het omgekeerde evenzeer waar, dat namelijk de gedachte alleen reeds aan de mogelijkheid dat onze tegenwoordige rampen eenmaal, en misschien door een onverwachten samenloop van toestanden, al zeer spoedig kunnen ophouden, deze rampen inderdaad kunnen verzachten, en evenzoo een onuitsprekelijk genot en geluk veroorzaken.

Wij mogen toch wel aannemen, dat bijv. een onschuldig veroordeelde die, na tallooze jaren in den kerker doorgebracht te hebben, of een door Barbarijsche zeeroovers buitgemaakte gevangene, die na ettelijke jaren gezwoegd en in muzelmansche slavernij geleden te hebben, wat een mensch slechts lijden kan,