is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dom bereiken, zeldzame uitzonderingen, voor welke een mogelijkheid over moet blijven, — als lokvogel.

Het leven doet zich voor als een doorloopend bedrog, zoowel in het kleine als in het groote.

Heeft het iets beloofd, dan blijft het zijn gelofte niet getrouw, al was het slechts om aan te toonen hoe weinig begeerenswaardig was, hetgeen waarnaar wij verlangden; zoo bedriegt ons nu eens de hoop, dan weer het gehoopte.

Heeft het inderdaad iets gegeven, dan was het slechts om weder te nemen. De betoovering van den afstand toont ons paradijzen, die evenals optische luchtspiegelingen verdwijnen, wanneer wij er ons heen hebben laten lokken.

Het geluk ligt diensvolgens steeds in de toekomst, of ook in het verleden, terwijl het tegenwoordige vergeleken kan worden bij een kleine donkere wolk, welke door den wind over een zonnige vlakte wordt gedreven; vóór haar en achter haar is alles heller; slechts zij alleen werpt steeds een schaduw.

Het tegenwoordige is dan ook ten allen tijde ontoereikend, de toekomst onzeker, en het verleden onherroepelijk vervlogen. Het leven met zijn kleine, grootere en grootste wederwaardigheden van ieder uur, iederen dag, iedere week, en van ieder jaar, met zijn teleurgestelde verwachtingen en zijn tegenslagen die met alle berekeningen spotten, draagt zoo duidelijk het stempel van iets, dat ons een oorzaak van lijden moet zijn, dat het moeielijk te begrijpen is, hoe men dit heeft kunnen ontkennen, en zich laten overtuigen, dat het bestond om met dankbaarheid genoten te worden, en de mensch, om gelukkig te zijn.

Immers die onophoudelijke teleurstelling en ontgoocheling en de wisselvallige gesteldheid des levens, doen zich toch wel meer voor als bestemd en er op berekend, om de overtuiging te doen ontstaan, dat eigenlijk niets waard is, om er naar te streven en er zich moeite voor te getroosten; dat alle goederen nietig zijn, de wereld over haar geheel bankroet, en het leven een onderneming die de onkosten niet dekt, — opdat onze wil er zich van afwende.

De wijze, waarop deze nietigheid van alle objecten van den wil zich aan het intellect, dat in den individu wortelt, kenbaar en begrijpelijk maakt, is het allereerst de tijd.

Deze is de vorm, door middel waarvan deze nietigheid der dingen, als hun vergankelijkheid, aan den dag komt, immers ten gevolge van den tijd gaan al onze genietingen en vermaken onder onze handen in niets over, en vragen wij ons vol verwondering af, waar zij gebleven zijn.