is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelen wij, evenals wij honger en dorst gevoelen; zoodra het echter bevredigd wordt, is het daarmede gesteld evenals met een mondvol spijs, die op het oogenblik dat zij ingeslikt wordt, voor ons gevoel ophoudt te bestaan.

Yol smart missen wij genoegens en vermaken, zoodra zij uitblijven; maar smarten worden niet onmiddellijk gemist, zelfs dan niet, wanneer zij, na zich geruimen tijd te hebben doen gevoelen, afwezig blijven; hoogstens wordt er door middel der reflexie eens aan gedacht.

"Want alleen smart en gebrek kunnen op positieve wijze gevoeld worden, en doen zich van zelf kennen; het welzijn daarentegen is zuiver negatief.

Daarom waardeeren wij de drie grootste goederen des levens: gezondheid, jeugd en vrijheid, niet, zoolang wij hen bezitten; maar eerst dan, wanneer wij hen verloren hebben; want ook zij zijn negatief.

Dat sommige dagen van ons leven gelukkig waren, bemerken wij eerst, nadat zij voor ongelukkige dagen plaats gemaakt hebben. In dezelfde mate als de genoegens toenemen, neemt de gevoeligheid er voor af; dat, waaraan men gewoon geraakt is, wordt niet meer als een genoegen genoten.

Maar juist daardoor neemt de gevoeligheid voor het lijden toe; want het welgevallen van hetgeen waaraan men gewoon is, wordt met smart gevoeld. Door het bezit neemt de maat van het noodzakelijkste dus toe, en daardoor de geschiktheid om smart te gevoelen.

De uren vervliegen des te sneller, naarmate zij aangenamer zijn; des te langzamer naarmate zij pijnlijker doorgebracht worden, omdat de smart, niet het genot, het positieve is, waarvan de tegenwoordigheid zich doet gevoelen.

Evenzoo letten wij, bij verveling, op den tijd; niet bij een behagelijke stemming.

Beide bewijzen dat ons bestaan juist dan het gelukkigste is, wanneer wij het 't allerminst gewaarworden, waaruit volgt, dat het beter ware, het in het geheel niet te bezitten. Een groote, levendige vreugde kan eenvoudig niet anders gedacht worden, dan als het gevolg van groote vooraf doorstane ellende; want aan een toestand van duurzame tevredenheid kan niets meer toekomen dan een weinig opkorting van den tijd, of een bevrediging der ijdelheid.

Daarom zien alle dichters zich genoodzaakt, hun helden in angstvolle en pijnlijke toestanden voor te stellen, om hen daaruit weder te kunnen verlossen; drama en heldendicht