is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid op te grondvesten, welke op verschillende, ofschoon altiid op eenigszins indirecte wijze, uitgedrukt kan worden dat wii ons namelijk over het bestaan der wereld niet hebben te verheugen, maar veeleer te bedroeven, — dat aan het niet-bestaan de voorkeur moet gegeven worden boven het bestaan

en dat dit, in den grond genomen, eigenlijk iets is, wat niet moest zijn. '

Byron geeft dit op bijzonder schoone wijze te kennen wanneer hij zegt: '

„Our life is a false nature, — 't is not in

The harmony of things, this hard decree

This uneradicable taint of sin,

This boundless Upas, this all-blasting tree

Whose root is earth, whose leaves and branches be

ihe skies, which rain their plaques on men like dew —

Disease, death, bondage — all the woes we see

And worse the woes we see not — which throb throusch Th© immedicable soul, with hearth' - aches ever new" ')

Wanneer de wereld en het leven doel voor zichzelf waren en dus theoretisch en practisch geen schadeloosstelling of vergoeding noodig hadden, maar ongeveer op de wijze bestonden zooais bpinoza en de tegenwoordige Spinozisten dit voorstellen' als de eenige manifestatie van een God, die, animi causa of ook om er zich in af te spiegelen, zulk een evolutie van z'ich zelf ondernomen had, en dus hun bestaan noch door redenen gerechtvaardigd noch door gevolgen verklaard behoefden te worden, — dan moesten het lijden en de ellenden des levens niet volkomen vergoelijkt worden door de genoegens en het welzijn, (wat men er in kan ondervinden) — daar dit zooals gezegd, onmogelijk is, omdat mijn oogenblikkelijke smart nooit opgeheven wordt door toekomstige genoegens; daar deze hun tijd vullen, zooals gene de hare — maar er moest dan in het geheel geen lijden bestaan, en ook de dood moest niet in de hebben Schen' of althans niets verschrikkelijks voor ons

Alleen op deze wijze zou het leven voor zichzelf betalen.

) Ons leven is van een valschen aard; in het wezen der dimrenkan liet mei nggen, dit harde noodlot, deze onuitwischbare smet de? zonde dat grenzenlooze Upas, deze alles vergiftigende boom, wiens wortel Ha'

h^ï WIT b ?deren en takken de wolken zyn, die haar plZn iver het menschdom doen nederregenen, als een dauw — ziekte dn™? Ja vern« - al de rampen, welke wy zien, en, veel erger nog ai de ram

ÜmkiS6 "iet zien' en welke de ongeneeslijke ziel'met steeds vernieuwde verbittering doorworstelt. steeds