Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar nu echter onze toestand veeleer iets is, dat beter niet zijn zou, draagt alles, wat ons omringt, hiervan het spoor — evenals in de hel alles naar zwavel riekt — daar alles steeds onvolmaakt en bedriegelijk, aan het aangename steeds iets onaangenaams gemengd is, ieder genot slechts een half genot is, ieder genoegen door zichzelf verstoord wordt, iedere verlichting nieuwe bedrukkingen met zich medebrengt, ieder hulpmiddel ons elk oogenblik in onze ellende van elk uur en eiken dag in den steek laat en zijn dienst weigert, de trede, waarop wij den voet plaatsen, zoo vaak onder ons breekt, ja allerlei rampen, groote en kleine, het eigenlijk element van ons leven zijn, en wij in één woord gelijken op Phineus, wiens spijzen voortdurend bezoedeld en ongenietbaaar gemaakt werden door de harpyen.

Hier tegenover tracht men twee midddelen aan te wenden • eerstens de: d. w. z. de slimheid, de voorzichtigheid

de sluwheid. Zij raakt nimmer uitgeleerd, is niet toereikend en loopt op iets te vergeefsch uit; tweedens, de stoïcynsché onverschilligheid, die iedere ramp wil ontwapenen, door zich voorbereid te houden op alle rampen en ze allen te versmaden • practisch loopt deze uit op een cynische onthouding, die liever' voor eens en voor altijd, alle hulpmiddelen en verlichtingen van zich verwerpt; zij maakt honden van ons, evenals Diogenes in zijn ton. De waarheid is, dat wij ellendig moeten zijn, en wii zijn het inderdaad.

Daarbij is de hoofdbron van de ernstigste rampen, die de menschen treffen, de mensch zelf: homo homini lupus: de mensch is een wolf de een voor den ander.

Al wie dit laatste goed in het oog houdt, zal in de wereld slechts een hel zien, welke die van Dante in zooverre overtreft, dat de een een duivel voor den ander moet zijn, waartoe dan ook de een veel beter geschikt is dan de ander, en voornamelijk die aartsduivel, welke in de gedaante van een veroveraar optredend, eenige honderdduizenden menschen tegenover elkander plaatst, en hun toeroept: „Lijden en sterven is uw bestemming! schiet nu maar met geweer en kanon op elkander los!" En zij doen het inderdaad.

Over het algemeen worden de handelingen der menschen jegens elkander in den regel gekenmerkt door onrechtvaardigheid, uiterste onbillijkheid, hardvochtigheid, jazelfs door wreedheid; het tegenovergestelde doet zich slechts by uitzondering voor.

Hierop berust de noodzakelijkheid van den staat en der wetgeving en niet op uwe praatjes. In alle gevallen echter,

13

Sluiten