Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 200 —

het optimisme tegenovergestelden zin aanhalen, dan zou er aan net citeeren van passages geen einde komen, daar bijna ieder nunner zijn overtuiging omtrent de ellenden dezer wereld in ae krachtigste bewoordingen heeft uitgedrukt. Niet dus ter evestiging, maar alleen ter opluistering van dit hoofdstuk mogen eenige passages hier, aan het slot er van, volgen:

vooraf moeten wij er echter op wijzen, dat de Grieken, hoe ver zij ook van de Christelijke en Hoog-Aziatische wereldbeschouwing verwijderd waren, en beslist op het standpunt van e aanneming van den wil tot het leven stonden, toch diep doordrongen waren van de ellenden des levens.

Dit getuigt reeds de uitvinding van het treurspel, welke aan nen toebehoort. Een andere bekrachtiging hiervan geeft ons de later menigmaal aangehaalde en het eerst door Herodotus medegedeelde gewoonte der Thraciërs, om de pasgeborenen onder weegeklaag te verwelkomen en alle ellenden, welke hij op dat oogenblik te gemoet gaat, op te sommen, terwijl zij de dooden daarentegen onder vreugdebetoon en feestelijkheden ter aarde bestelden, bij de gedachte dat hij voortaan van zooveel en zoo groot lijden gevrijwaard was. Plutarchus (De audiend. poet. in fine) heeft ons dit in eenige schoone verzen bewaard: Tov Quvtx Sp>ivsiv, eig 'o<r' ep%ctxi xxkx.

Tov ó'xv óxvovtx xxi xovuv vnrxufisvov XxipOVTXf tutpwovvtx? SXTTe/ZTTilV 3!)(4th)v.

(Lugere genitum, tanta qui intrarit mala:

At morte si quis finiisset miserias,

Hunc laude amicos atque laetitia exsequi.

,aan historische verwantschap, maar aan moreele identiteit der zaak moet het toegeschreven worden, dat de Mexicanen hun pasgeboren verwelkomen met de woorden: „Mijn kind, gij zijt geboren om te lijden, lijd dus, en zwijg!" Overeenkomstig ditzelfde gevoelen'had Swift, zooals Walter cott in zijn levensbeschrijving aanhaalt, reeds vroegtijdig de gewoonte aangenomen, om zijn geboortedag niet te beschouwen als een tijdstip van vreugde maar van droefheid en op dien dag ae passage van den Bijbel te overwegen, waarin Job den dag vervloekt en betreurt, waarop in het huis zijns vaders de vreugdekreet weerklonk: „een zoon is ons geboren!"

Overbekend, maar te lang om hier aan te halen, is de passage in de Apologie van Socrates, waarin Plato dezen Wijsten van alle stervelingen zeggen laat, dat de dood, zelfs dan wanneer hij ons voor altijd van het bewustzijn berooft, toch een

Sluiten