is toegevoegd aan je favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stelsels gericht, en zijn dus op de allereerste plaats het tegengif voor de zekerheid van den dood, dat door de rede uit eigen middelen voortgebracht wordt.

De grond echter, waarop dit doel bereikt wordt, is zeer verschillend en daarom zal het eene godsdienstige of wijsgeerige stelsel veel meer dan het andere den mensch geschikt maken, om met kalme blikken den dood onder de oogen te zien.

Het Brahmanisme en het Boeddhisme, welke den mensch leeren zichzelf als het oorspronkelijk wezen, het Brahma, te beschouwen, waaraan alle ontstaan en vergaan naar het wezen vreemd zijn, zullen daarin veel meer tot stand brengen, dan die, welke hem uit niets gemaakt laten worden en zijn bestaan, dat hij van een ander heeft ontvangen, werkelijk bij de geboorte laten beginnen.

Overeenkomstig deze opvattingen vinden wij in Indië een onverschilligheid en een verachting voor den dood, waarvan men zich in Europa geen denkbeeld kan vormen.

Het is inderdaad een bedenkelijke zaak, den menschen in dit belangrijk opzicht van jongs af zwakke en onhoudbare denkbeelden öp te dringen, en hun zoodoende voor altijd ongeschikt te maken, om juistere en vastere in zich op te nemen.

Hem bijvoorbeeld leeren, dat hij pas kort geleden uit het niet ontstaan is, en hij dus een geheele eeuwigheid niets is geweest en in de toekomst onvergankelijk zal zijn, is juist hetzelfde, als hem leeren, dat hij, schoon geheel en al het werk van een ander, toch voor zijn eigen doen en laten een heele eeuwigheid verantwoordelijk zal zijn.

Wanneer namelijk, bij rijper verstand en diepzinniger nadenken, het onhoudbare van zulk een leer zich aan hem opdringt, heeft hij niets beters, om er voor in de plaats te stellen, ja hij is zelfs niet meer in staat, dit te begrijpen en verliest daardoor ook de troost, welke de natuur voor hem, als een schadeloosstelling voor de zekerheid des doods, bestemd heeft.

Tengevolge van deze ideeën-ontwikkeling zien wij nu in Engeland, onder de verdorven fabrieksarbeiders, de socialisten, en in Duitschland, onder de verdorven studenten, de Jong-Hegelianen, tot de absoluut physieke opvatting overhellen, welke tot het resultaat leidt: „Edite, bibite, postmortem nulla voluptas," en die in dit opzicht met den naam van beestachtigheid bestempeld moet worden.

Na alles wat er inmiddels omtrent den dood geleerd is geworden, kan niet ontkend worden, dat, althans in Europa, de