is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens onze gewoonte om de handelingen der dieren te beoordeelen naar de onze, het jeugdige dier zouden houden voor een individu op den leeftijd, waarin alle moreele eigenschappen der soort reeds verkregen zijn, en de volwassen „Entelle" voor een individu, die niets meer dan zijn lichaaamskrachten over heeft gehouden.

De natuur gaat niet aldus te werk met de dieren, die de nauwe sfeer, welke hun is aangewezen, en voor wie het voldoende is te zorgen voor de instandhouding hunner soort, niet te buiten mogen gaan. Hiervoor was het verstand noodzakelijk, zoolang de spierkracht nog niet bestond; wanneer zij deze echter eenmaal verkregen hebben, verliezen alle overige vermogens hun nuttigheid.

De instandhouding der soorten berust zoowel op de verstandelijke vermogens der dieren als op hun lichamelijke eigenschappen.

Pag. 200. Tov (pwTx ópviveiv (Lugere genitum).

„Den pasgeborene te beklagen, die zich in zooveel ellende werpt: maar wanneer iemand door den dood het einde ziet van zijn ellende, dat zijn vrienden hem dan met lof en blijdschap toejuichen.

Pag. 201. Vitae nomen, etc.

„In naam is het leven slechts leven; in werkelijkheid echter de dood."

Optima sors, etc.

„Het beste lot wat den mensch overkomen kan, is, niet geboren te zijn en nooit het zonnelicht en de glanzende morgenster aanschouwd te hebben; en wat voor de reeds geborene daarop volgt, zoo spoedig mogelijk naar de onderwereld terug te keeren en diep onder de aarde begraven te liggen."

Natum non esse, etc.

„Niet geboren te zijn overtreft ieder ander lot; wat daar echter voor dengene die eenmaal het licht aanschouwd heeft, het meest nabijkomt, is zoo spoedig mogelijk weder terug te keeren vanwaar hij gekomen is."

Omnis hominum, etc.

„Het geheele leven van den mensch is vervuld van smarten, en de ellende laat hem geen rust."