is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over het grijze wateroppervlak, nu dreigend en onverbiddelijk, zonder de helle schittering van zegevierende grootheid, welke onmiddellijk straalt van de zon uit.

Dan, aan het gele strand, wijd-eenzaam uit-vlakkend naar scheemrende verschieten heen, de duinen, schraal en armelijk hun kruinen heffend tegen de glanzende lucht, een donkere brokkeling van heuvels, zoover 't oog reikt...

En over die duinen, over het leêg-wijd wègvlakkend strand, de stille, vèr-ruischende zee, een zwijgen, als van afwachting

De zon zinkt meer en meer; de kleuren verglijden onmerkbaar, uitdoffend in de schemering, die valt.

De grillige duintoppen verdoezelen tot één zwarte lijning, smelten samen met de nu donker-violette lucht.

En langzaam komt de maan op. Flets-zilver trilt haar nog matte schijnsel op het blauwig-groene water. Ook beeft een enkle ster, heel flauw nog, even, dadelijk wêer schuilend.

En vérder het zeeë-ruischen, sprekende met stiller stemmen nog, de stemmen van een grijze klacht, een dood begeeren, — afwachtend-zwijgend

Wanneer men, een eindje voorbij den vuurtoren, linksom het wegje door de duinen inslaat, bereikt men in nog geen vijf minuten het dorp. Het wegje is maar smal, juist breed genoeg voor de zware schulpkarren,