Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo blij was dat vader haar verkeering met 'm had toegestaan, of wat was het.... wat was het?....

Door zijn gedroom heen klonken de pret-gilletjes van het meisje.

..Lillekerd, lillekerd, o jou rakkerd, joü-oü-oü rAkkerd

Wat 'n vreemd propperig gevoel kreeg-d-ie ineens in zijn keel; 't was of er iets uit moest, dat niet kon. En zijn handen waren zoo warm opeens en zijn voorhoofd zoo branderig....

„Lillekerd, ouwe lobbes, rekel.... o-è-o je bint er toch ên, je bint er toch ên "

„Anna !"

Opeens de stoeiende handen stil in het kroezige haar van den hond, het achterovergebogen meisjes-lichaam rechtop met een schokje. „Wat is 't jong?...."

Nog sterker komt het zweet op zijn voorhoofd; met de mouw van zijn boezeroen moet hij 't wegstrijken. Het propt, propt maar naar boven in zijn keel.

„Koen " hijgt hij eindelijk.

Zij kijkt hem strak in de oogen. „Koen? Wat is er mit de jong?"

Dan, ineens, komt het er uit.

„Houd-oe gedekt veur'm, woarschouw ik oe; hie's slecht."

Verwonderd ziet het meisje hem aan. maar dan begint ze te lachen, te lachen, zoo luid, dat de stille lucht om het huisje trilt en de hond, hei-blaffend, als een dolleman tegen haar opspringt

Sluiten