is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen vermoorden als-ie 'm onder zijn knuisten kreeg

Een woede is in hem opgeborreld, een ongekende haat, die hem even stil doen staan en stampvoeten met zijn lompen schoen op het weeke zand en zijn vuisten ballen. Zijn borst hijgt en moeilijk steunt hij stotterwoorden van woedende onmacht en walg in den stillen nacht. Dan gaat hij weer verder, zijn handen friemelend in de wijde broekzakken. En onderwijl sissen de woorden nog tusschen zijn lippen: dat hondsvot, die schoelje, die vochten dronk, die wou zijn zuster, en als hij haar woü waarschuwen dan lachte ze, lachte ze maar Maar hij zou

'm .... hij zou 'm

Leentje? Die hield van hem; dat wist hij zeker, dat was „all right" zejen ze op de Engelsche schepen, maar

Koen, Koen

Leentje Zijn stemming verweekt tot een streelend

gemijmer van liefkoozing en zijn oogen droomen heen naar de geheimzinnige schaduwen, die over de zee hangen....

Een ruwe, spottende stem doet hem eensklaps opschrikken. „ZooStêven-moat, zoo allinnig oan den kuier?

't Is donker. Hij ziet niet dan een zwarte gedaante, scherp uitstaande tegen den helderen hemel; maar die stem, hij heeft ze herkend! 't Is Koen, Koen, den slechtaard!

En opeens wèer al zijn woede, al zijn haat en walging hem stokkend in zijn strot.

„Goa me uut den weg, schobbejak!" brult hij rauw,