is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gingen hoe langer hoe hooger en ze kwamen hoe langer

hoe dichter by Wat smal was het strand nu; als hij

hier lang bleef liggen, zou de zee over hem heen gaan. Patss, nog al een schot, — dat was ander schieten dan op de kermis.... Gek, zoo goed als-ie zich nu dat gezicht van die juffer herinnerde uit die schiettent; — zóó'n neus, ja, met zoo'n malle deuk opzij en dan die nijdige oogen.... Wat vreemd, dat hij daar nu juist aan dacht, 't Was nu ook zoo helder in zijn hoofd; — over alles kon hij nu zoo kalm denken, ook over Leentje en wat ze tegen hem gezegd had. Ze had 'm gevraagd of-ie wel eens naar Mie Korst ging en ze had hem niet geloofd, toen hij gezegd had van nooit, dat-ie er nog nooit geweest was, bij die slet, en dat-ie alleen maar om haar dacht.... En nu, in die wonderlijke helderheid, zag hij het zoo duidelijk dat hij zich in haar vergist had en dat ze nooit van hem gehouden had, omdat ze hem niet wou gelooven —

Hij was weer opgestaan en liep weer voort, voort, vlak langs de duinenrij, daar de zee al zoo ver gekomen was. Zijn knieën begonnen te knikken; hij struikelde nu herhaaldelijk. En de helderheid in zijn brein verzwond ook langzamerhand weer; een vlijmend smartgevoel begon zijn lichaam te schokken ... Nog even dacht hij helder: hoe hij belasterd was voor 't heele dorp door Koen, den slechtaard, die 't gewaagd had naar zijn zuster te zien

Hij liep voort, voort. ••• Ën de smart voelde hij in zich knagen en zijn hoofd begon wêer te bonzen, te