is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bonzen . . Zijn beenen wilden haast niet meer vooruit, — toch liep hij verder, altijd maar door.

O God, nu kon hij niet meer... nog enkele passen

en hij stortte nêer als een zak.

Zoo bleef hij liggen op het kil-vochtig aanvoelend

zand Hij dacht niet meer; 't was in zijn hoofd een

verdooving, waarin alle geluiden hem schenen als in een met watten omwikkelde doos... En zonder te zien staarden zijn oogen naar de flets-wit schuimende zee, die steeds nader kwam.

De maan was eindelijk door de wolken heen gebroken en in haar witte licht leken de opspattende droppels een regen van stuivige zilverkorrels. En nader, nader kwam de zee.

Hei-krassend vlogen groote witte vogels rond, rechthoekig plotsling neerschietend in 't water, dan wêer opwiekend, mêedeinend met den wind.... En ginds, bij het dorp, waren eindelijk de mannen geslaagd de reddingboot in zee te brengen, juist op het oogenblik dat de golven met sissend gespat tegen de duinhelling uiteensloegen

1899.