is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In zee van goudvuur daalde de zon.

Verdoolde spritsen van de zonnevlammen tintelden op de ruiten der verspreide boerenhoeven in den omtrek en ginds, achter de akkers rechts van den heirweg, op den weerhaan van het dorpstorentje.

Over de korenvelden, die stil, wijd-uit lagen onder de nog broeierige atmosfeer van een middag in straf-witte branding, ging, als met zachte streelingen, van tijd tot tijd een lichte wind.

Grauw, stoffig kronkelde eenzaam het smalle wegje door de gulden velden heen naar den donkeren boschrand in de verte, die grillig kartelde tegen den helderen hemel. En klokjes, van verre, wuifden hun ijle glasklanken dooide vredige stilte aan....

Met een geluid als het droge tandjes-geschaaf van een bezig knaagdier, sukkelde hortend en stootend het lompe brok krijt over de lei vooruit. Sullig en onbeholpen slangelden de witte halen zich op 't geduldig leiezwart, waar