is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mocht 'm óók al graag; gek, zooals ieder 'm graag mocht, 't Arme kind, voor haar was niet veel kans. Of-ie 't haar niet, zoo onder de hand 's, moest laten merken: dat er niets van komen kon? Ze mocht zich eens wat in 'r mooie koppie halen. Bah, gekheid, dat kon geen kwaad en hij zou er zoo lang van profiteeren als-ie kon....

Door ruw lachen werd hij in zijn behaaglijk gemijmer gestoord. „Miester, zoo dag miester!" kionken hem een paar stemmen wat spottend achterop. Zijn eerste impulsie was sneller door te loopen. Dat waren een paar van 't jonge mansvolk, die zeker óók naar 't dorp moesten voor het feest en hij had het niks op die rekels; ze waren te lomp en te dom voor een beschaafd mensch,

voor een geletterd mensch streek hij behaaglijk onder

zijn puntige kin.

Daar voelde hij twee, drie zware handen op zijn schouder vallen. „Zoo miester, dag miester, blied je te zien miester!" schreeuwden om strijd drie luidruchtige stemmen. Adriaan draaide zich om en gaf allen de hand.

„Mie nog 'n hand, miester, ik heb er nog gén," Jachte een, zich tegen hem opdringend. Adriaan voelde zich bedroevend klein en nietig te midden van die drie stoere boerelijven en benauwend drukte hem 't besef van in 't ootje te worden genomen. Toch wou hij zich groot houden, duwde zoo'n kwallend lijf, dat te veel tegen hem aandrong, wat opzij.

„Au miester, je doet me zeer met je botten!" giegelde de boer, en de anderen schaterden.

3