is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich niet en was het zuiltje bijna onzichtbaar, als een smalle, donkere band tegen parel-grijzen achtergrond. Toen even, als een priem, stak hem de gedachte: Brand... maar dan moest hij zelf lachen. — 't Zou een schoorsteentje wezen, 'n excentriek schoorsteentje van de heks ofLangeJan. Wat moest hij nu dadelijk aan brand denken; lieve hemel wat een rompslompige hurrie zou dat geven; van 't feest kwam dan natuurlijk niets: Annatje, de bom duiten Kom, hij moest zich haasten, bij den burgemeester wachtten ze op hem En als 't brand was,

wat kon 't hèm dan schelen; 'n ouwe feeks meer of minder

Hij stapte snel langs den molen, met de boerenjongens die nog geen van allen spraken. Maar daar kwamen ze voorbij het deurtje waar de geheimzinnige trap, in half duister, naar boven voerde naar 't heksenverblijf. En een der jongens, als stoutmoedig geworden door de nabijheid van 't gevaar, begon in eens zenuwachtig te lachen en den meester naar 't deur-gat te duwen. „Gie noar umheug miester, gie noar umheug," en toen de jongens in koor, toch nog gedempt uit vrees voor de heks: „Miester noar de heks, miester noar de heks!"

Hij verweerde zich als een wanhopige, liep storm met zijn schraal bottig lichaam tegen hun stoere vleeschklompen, maar zij duwden hem steeds meer op, steeds meer op, het poortje door tegen de trap aan.

Hij sloeg voorover tegen de stoffige treden en hij voelde door paflige handen zich aangrijpen bij zijn Engelsche