is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slepen, die langzaam statig zich voortbewegen over het blauwende luchtvlak heen.

Beneden, heel klein en heel stil op de groote hei, ligt

het kind en tuurt, tuurt

En zij denkt aan de princessen uit het sprookjesboek, dat ze heeft thuis, weggestopt in den stroozak waar zij op slaapt, en waarvan niemand weet.

Dat waren ze, de princessen, daar, heel hoog in de lucht en dat waren hun huizen en hun paarden met witte pluimen op den kop.... En het is, of ze naar haar

toekomen en haar opnemen zacht

Nu zweeft zij tusschen hen en rijdt ze op de blinkende paarden, die steigeren en hunne koppen schudden.

En het is of de hei begint te draaien om haar heen, sneller, steeds sneller, en het blauw en goud en wit op

haar aankomt, om haar heensluit

Ze geeft een klein gilletje; als met een schokje voelt zij zich ineens weer stil op den grond liggen, hard en ruw prikkend onder haar; — duidelijk, als vlak bij haar gezicht, hoort zij de insecten door de lucht zoemen en ginds op-zij staat stil-geduldig haar karretje.

Ineens weet ze nu weêr goed dat ze door Geurtemoei is uitgestuurd om plaggen te steken en dat het maar wolken zijn, de princessen, heel-heel hoog en ver van haar vandaan. Straks als ze thuis komt zal ze slaag krijgen; — en boos, heel verdrietig opeens, drukt ze haar gezichtje heftig tegen den geurenden grond en snikt met kleine snikjes van angst en teleurstelling