is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sperren zich wijd-open, de beenige arm heft zich kramptrekkend en de stem gilt, een heesch, dik geluid in de dikke hitte-lucht: „Je liegt meid! Je liegt slet!**; dan ziende hoe er van de andere hutten deuren openkleppen, hoofden, nieuwsgierig, naar buiten rekken, krijscht zij ze samen onder lawaaiige gebaren van haar groezelige armen: „Jèaans, Keèè, beur dan minschen, hèur uaan tööch minschen! Die slet, die vuilik, ze liegt, ze liegt!!"

En als de vrouwen, een paar mannen ook, verloopen kerels met brute troniën, zelfs enkele kinderen op schandaal belust, komen aangesneld, beuken de houtige armen heerlijk-pijnend en zonder erbarmen op het krimpend kinderrugje neer

Thea heette zij, Thea was de naam waarbij ieder in 't gehucht haar noemde en waar ook ieder in 't gehucht haar om uitlachte, de meisjes haar om bespotten, de jongens haar meê sarden en kwelden.

Zij was een stil, verlegen meisje, dat altijd alléén haar weg ging, angstvallig vermijdend allen omgang met de kinderen van haar leeftijd, die haar makkertjes hadden kunnen zijn.

Zoo, bijna ongemerkt voor zich heen levend temidden van het stompe, brute bestaan dier anderen, klein, teer en zwak, met haar groote donkere vraag-oogen in het bleeke, uitgemergelde gezichtje, geleek zij een vreemde, fijne bloem, als bij toeval gegroeid op een plek van grofheid en onreinheid.