Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn vertellenden mond. En als hij dan eindelijk zweeg, dan sprak zij. Het leek haar zoo natuurlijk en het ging zoo vanzelf, dat, nu hij gesproken had, zij hem zou spreken van sommige der geheime gedachtetjes en gevoelentjes die zij, voor anderen, zoo schichtig-zorgvuldig verborgen hield. Dan sprak ze van Geurtemoei, die haar altijd sloeg en die wilde dat ze haar moeder noemen zou.

Het was een naar wijf, 'n heks praatte zij vol

overtuiging een kleinen jongen uit het dorp na, dien zij dat eens van zijn moeder had hooren zeggen, en dan sloeg hij met het sprookjesboek op zijn knieën, van pret.

Maar dan werd zij heel ernstig en haar stem opeens zacht en zagen haar oogen wachtend, verlangend, naar de wazige verten uit. Wist hij, al kreeg zij ook slaag van Geurtemoei en al scholden de meisjes haar ook en trokken de jongens aan heur haren en gooiden haar hun klompen achterna als ze door het dorp liep, en al huilde ze daar wel eens om, — ze was toch niet bang, niet zoo heel erg bang, want, wist hij, ze dacht altijd maar aan de prinsen en prinsessen uit de sprookjes. Hadden die óók niet altijd booze stiefmoeders of trouwelooze broers en zusters die hen kwelden en wilden doodmaken? En kwam dat niet altijd

goed terecht? En.... haar stemmetje fluisterde dat

aan zijn oor, trillend en geheimzinnig, met in haar oogen een vreemde flikkering van wondere extaze, die Teunis „roar en drèjerig" zich voelen deed, als hij later zichzelven bekende. — En, ze wachtte iets, ze wachtte iets....

Sluiten