is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van die oogenblikken hebben, dat opeens sterk het besef in haar was: er zal een dag komen dat ik hem zien zal, dat hij mij zal komen weghalen van al die woeste menschen waar ik nu onder moet leven

Het was de vage verwachting van haar kind-zijn, die zich nu, dag aan dag duidelijker, voor haar begon te formuleeren.

Langzamerhand werd dit haar eenige gedachte; al haar peinzen over duizend nietigheidjes concentreerde zich tot dat ééne groote: eens zal hij komen en ik moet mij klaar houden om met hem mee te gaan.

Nooit kwam het bij haar op, dat haar vader zijn kon zóó, als zij van hem hoorde spreken. De menschen haatten haar en daarom spraken ze kwaad van haar vader. In hare gewendheid aan laster en leugen vond zij het een heel natuurlijk iets, dat het zoo zijn zou, en ze dacht daar verder niet over.

Hoe zou hij komen?

Die vraag droeg zij met zich rond, haar wentelend om en om in haai- hoofd, zonder tot een oplossing te kunnen geraken. — En dan dacht ze wel eens hoe zij wilde dat hij uit de wolken komen zou, of heel ver, van waar in vuur van goud de zon onder ging aan de kim.. .

Misschien dat daar een vreemd mooi land lag, waar hij koning was!

Het werd als een sprookje, waarvan zij zelve de waarheid niet gelooide, maar dat zij toch op den bodem van haar hart. omdat ze bijgeloovig was, niet voor geheel onmooglijk hield.