Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

's Morgens, als zij ontwaakte in de vunzige donkerheid van de hut, werd het haar eerste werk naar buiten te treden en naar de lucht te zien.

Wanneer de wolken zwaar en dreigend hingen, met regen, schudde zij treurig het hoofd. Hij zou niet komen vandaag; het waren de zwarte paarden, waarvoor zij bang was, en hij zou komen met de witte-, in stralende zon en een gouden kroon op zijn hoofd

Een spelletje was het, iederen morgen opnieuw, gevarieerd op verschillende wijzen. Soms droegen ze pluimen, de paarden, en kwam een heir van dienaren achteraan met zilverflitsende wapens. Soms was er ook maar één ros, dat recht scheen aan te steigeren op haar af....

Een enkelen morgen ook was er niets dan blauw, klaar strak blauw over de groote, eenzame hei

Sinds eenige weken maakte „Rooie Koo" veel werk van haar.

Rooie Koo was de dronkaard van 't gehucht. Dagelijks kon men hem door den hollen weg van ,,'t Blauwe Schaap" naar zijn armelijke hut zien strompelen, vallend en opstaand, vloeken grommende tusschen zijn rooden, afzichtelijken stoppelbaard.

Sinds den keer dat Thea hem dien stomp voor zijn neus gegeven had, had Rooie Koo ontzag voor haar gekregen. Ontmoette zij hem op den weg, dan wriemelde hij wat verlegen, als was zij een dame, aan zijn lorrige pet, en eens merkte zij op, hoe op een avond dat zij

Sluiten