is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloote voeten haar pijnlijk aandeden en zij dikwijls uitgeput neerviel. Dan bleef ze stil zoo liggen, een heelen tijd, haar oogen starend naar de verte, het wazige verschiet, en zij voelde dat ze zou moeten sterven van angst en van verlangen, als haar vader, dien zij wachtte, haar nu niet gauw kwam halen....

Op een avond was zij naar het bosch gegaan. Ze had, droomend, dien dag een pan uit haar handen laten glippen en hevige woorden van Geurte-moei hadden haar knorrig gemaakt en heel ongelukkig.

Nu lag ze soezend tusschen de dennestammetjes, waar bronzen lichtglimpen langs gleden van de ondergaande zon.

Ineens, zonder dat ze hem had zien of hooren naderen, stond Rooie Koo toen voor haar. Zij schrikte en ook hij scheen niet op zijn gemak. Slungelig zakte zijn groot lichaam nu op het een dan op het andere been door; zijn grove handen plukten hardnekkig aan zijn zwabberigen blauwen kiel, terwijl zijn geitegezicht grijnsde, als altijd.

„Wat mot je ?" vroeg ze, wat ruw, ontzet nog door zijn plotselinge verschijning.

Zij stond nu tegen een stammetje geleund, gereed om weg te rennen als hij een hand naar haar uitstak.

Een dof gegrinnik rochelde uit zijn baard, maar hij gaf geen antwoord.

„Wat mot je, mot-je wat?" herhaalde zij schor.

Hii grijnsde maar; toen zei hij kort, laconisch: „Ja, jou " Meteen deed hij een stap naar haar toe. Zij