is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiliig, met toch iets van machteloozen haat, klonk daar Geurte-moei's stem tegen aan:

„Wat is er, wat kom je hier doen? Waarom ben je niet in de stad gebleven? "

„Gaat je geen bliksem an eigenlijk " vloekte hij.

Dan, gemelijk: ,,'k Heb genoeg van die troep daar; kale jakhalzen bennen 't en je verdient er geen droge korst brood. Ik kom hier wonen."

„Ach God," klaagde Geurte-moei bang.

Ineens toen richtte de man zijn blik naar de bedsteê, zoodat Thea een oogenblik haar hart voelde stilstaan.

„Is zij daar?" hoorde ze hem langzaam vragen. „Slaapt ze?"

Geurte-moei giegelde schel, zenuwachtig. „Nou, ben je bang voor je eigen dochter, dat je niet naar d'r toe durft gaan ? "

Thea had den man toen weêr hooren vloeken in schrillen spotlach, zijn zware lijf naar haar toe zien komen, door een woeste, gretige vuist zich voelen aangrijpen....

Toen was haar bewustzijn weg geweest enkele seconden, en als hare gedachten terugkeerden, vond zij zich alleen in den angstigen schemer van de vunzige hut....

Zij lag geruimen tijd heel stil, met groot-open oogen. Nuchter-helder dacht zij over wat er gebeurd was, en er was maar een kleine verwondering in haar, dat zij daar nu zoo kalm over denken kon.

Het was heel natuurlijk dat het zoo gebeurd was.

5