is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Gebrul sloeg tegen haar aan. Een walm van rook en drankuitwaseming drukte als een obsessie op haar hersenen. Flauw maar in haar het besef van ineens omringd te zijn door vele manne-lijven, van heete ademen die langs haar heenstreken. Doch duidelijk déar, tegen de tapkast, die haar tegenflikkerde met valsch-gekleurde lichtflitsjes op de drankflacons, die man, haar vader!! Angst worgend haai- keel dicht; dan, een idioot gegiegel achter haar, maar als ze verschrikt zich omwendt: twee goedige domme oogen welke haar toelachen, een sterke arm die zich beschermend om haar wil heenslaan.

En in een kreet van vertwijfeling, van angst, van teleurstelling, zij zich werpend in dien arm, zoekende beveiliging tegen 't lichaam van Rooie-Koo

1899.