is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de huisbel, een schallende vreugdeklank; boven hem straalde de zon in gouden glorie, kaatste tegen de huizengevels met verblindende schittering van licht, dat afgleed in warmgouden stroomen langs den bruin-rooden steen, hel <5pspatte van de wit-blauwe stoep en zijn oogen binnendroop in bedwelmende licht- en kleurenweelde.

Dan, in de dikke warmte-lucht schril-sniidend, even het gerammel van een trambel, hoog-gillend, als een uitgelaten juichtoon door de hitte-golven heen borend.

De deur ging open en toen was het dadelijk een groote, vertrouwende koelte die hem tegensloeg, en de deftige gang-schemer gaf hem het gevoel, of hem plotseling zijn lang-gestorven moeder tegemoet trad en zacht, liefkoozend, heur hand op zijn hoofd legde.

„Dag Ot, dag Otty!"

Zij sprong op hem toe, blozend en frisch, haar kleine kinderfiguurtje kleiner, kinderlijker lijkend nog in de ouwelijke, deftige vestibule van marmer en donker eikenhout.

„Emmy!" juichte hij, en een oogenblik later lagen zij in eikaars armen. Toen, als rees tegelijk in beiden een gevoel van verlegenheid, lieten zij elkander los; zagen hun oogen, vreemd-schuw, elkaar aan.

Hij lachte wat gedwongen en toen lachte zij ook, met haar kinderoogen, gedwongen. Even had hij toen een licht besef dat zij elkaar nog maar heel weinig kenden, en een vlaagje van angst, van twijfel, vaagde over zijn geluksstemming heen.

Maar dan straalde zijn geluk weer vol in hem op en