is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meisje, en hij haatte ze anders zoo, banaliteiten. Onder

zijn vrienden was hij nooit banaal

Toen, luid, als een verontschuldiging:

„Zie-je, Emmy. ik vind het nog zoo ongewoon alles, ik ben er nog zoo heelemaal niet aan gewend dat we nu van mekaar hooren, voor altijd. Vindt jij het niet een vreemd gevoel?"

Zij dacht even, met een peinzenden trek op haar gezichtje. „Weet-je Otto," zei ze eindelijk, „soms is het me of wij elkaar al jaren kennen; zoo-straks bijvoorbeeld, toen je gekheid maakte over die ouwe juffrouw bij d'r spionnetje. Maar dikwijls ook lijkt alles me zoo nieuw en zoo vreemd en dan denk ik dat ik nooit goed aan de gedachte zal kunnen wennen, dat we altijd nu samen blijven, en dan ben ik wel eens een beetje bang. Flauw, vind-je niet? echt kinderachtig, om bang te zijn als je toch zoo gelukkig ben? Toe, kom nog eens dicht bij me, dan zal ik je óok eens een zoen geven. Jij hebt mi/j al zoo dikwijls gezoend en ik jou nog nooit, geloof ik! ik durf niet goed als er andere menschen bij zijn."

„Wat prikt je baard grappig," lachte zij een oogenblik later, „dat is óók weer iets waar ik nog aan wennen moet "

Langzaam, gearmd, liepen zij nu den weg op, die zich leeg, onafgebroken voor hen uitstrekte, rood en zonnig steeds, over-dwars gelinieerd door de telefoonpalen, die. bij afstanden, donker opspichtten in den warmen middag. Zij bleven zwijgen, en onderwijl ging nog eens aan zijn