Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en zoo traden zij het hek binnen; zetten zich neêr aan een tafeltje onder een boom, vlak aan 't water.

In den tuin waren twee kleine kinderen met roze katoenen jurkjes en stijve witte schortjes aan 't wippen; ze spraken geen woord; hun klamraige gezichtjes stonden moê door de warmte. Eentonig bonsde de wip tegen den grond, nu aan den GGüGn dan aan den anderen kant.

Uit het huis klonk het haspelige glas-getikkel van een speeldoos, kinderachtig-onbeholpen de finale van de „Mireille" tjingelend, telkens weêr van voren-af-aan, met daar tusschen-door 'tkort-doffe stooten van billard-ballen. Yan tijd tot tijd ook even het gestommel met een stoel over den vloer

Eerst na Otto's herhaald tikken op het groene houten tafeltje verscheen er een man in overhemdsmouwen, wien hij een glas bier en een kogelfleschje limonade bestelde.

De man verdween weêr in huis en zij beiden staarden zwijgend over de zonnige vaart en naar de kinderen die daar nog altijd aan 't wippen waren, op en neêr, zonder spreken. Nog steeds zeurde uit het huis, eentonig, de melodie uit de „Mireille":

„Ah, c'en est fait, je désespère....

Emmy neuriede zachtjes meê; zij had die opera eens gezien, vertelde zij, en hij maakte de opmerking dat die man lang liet wachten, tegelijk — nu voor de derde maal — zichzelven verfoeiend, dat hij niets anders te zeggen wist; — ook dacht hij aan eenige moeilijkheden

Sluiten