is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn handen willen uitstrekken om te grijpen het onzichtbare, het groote geluk waarvan hij droomde en dat maar niet kwam....

Maar God! schrikte het door hem heen, nu

had hij het immers, het Geluk ? daar zat zij immers: zijn Emmy; daar keek haar zacht, peinzend gezichtje naar hem, voelde hij haar smalle hand in ue zijne.... En toch was het dat, het verlangde, Het??....

Ineens was in hem die twijfel gekomen, maar hij drong zich angstig op: Neen, neen, het mocht niet, het was ook niet; het was alles goed nu en mooi en gelukkig

Hij glimlachte tegen haar en zij lachte blij terug en drukte zijn hand.

Maar zij spraken nog geen van beiden een woord ...

't Was reeds laat, en nog altijd zaten ze daar aan 't water.

Als een vurige bol ging de zon achter de weilanden onder, haar laatste stralen dwars werpend over de vaart. Heel in de verte loeide een koe en hoorden zij het eentonig rammelen van een melkemmer. Een bijna onmerkbaar avondkoeltje woei aan en speelde zacht met Emmy's voile.

Hij zag op zijn horloge.

„Willen we opstappen, lieve?" vroeg hij.

„Dat is goed," antwoordde ze. „Maar 't is me bijna onmogelijk van dit lieve plekje te scheiden."

Een onaangename kriebeling voelde hij over zijn rug